dave cobb

  • Print

    Album Top 50 van 2016 Pt.1

    41. The Infamous Roots Rielemans Family Orchestra :: Time Of Day

    41.JPG


    Ik had jullie wel herkend hoor Bruno Deneckere, Nils De Caster en Luiz Marquez! Kathleen Vandenhoudt was ik al een tijdje uit het oog, oor en hart verloren. Pascale Michiels kende ik nog niet. Supergroep uit ons Belgenland dus die de muzikale krachten bundelden en een superieure americana-plaat maakten.

    42. Bob Weir :: Blue Mountain

    42.JPG

    Bob Weir, zanger en gitarist van de legendarische Grateful Dead, schreef samen met Josh Ritter en Bryce en Aaron Dessner van The National twee handen vol fraai verhalende cowboysongs.

    43. Mark Erelli :: For A Song

    43.JPG

    Lang geleden dat Mark Erelli nog eens in mijn jaarlijst stond, maar ‘For a song’ was er nog eens boenk op. Of anders was ik nu domweg wél in de stemming om te genieten van een nieuwe Erelli-plaat, iets wat met een aantal voorgangers niet lukte. Voor zij die hun singer-songwriters liever op traditionele wijze en dus liefst zonder toeters en bellen lusten. Akoestische gitaar en een niet opdringerige ritmesectie; dat én zijn stem is alles wat Erelli nodig heeft om zijn sterke songs tot hun recht te laten komen.

    44. Brent Cobb :: Shine On Rainy Day

    44.JPG

    Broodschrijver Brent Cobb is de neef van Dave Cobb, de alomtegenwoordige producer in Americana-land these days en kwam dit jaar met zijn fraaie tweede plaat uit zijn schuur. Held Jason Isbell verleende zijn medewerking en het titelnummer schreef Cobb samen met Andrew Combs, die het vorig jaar opnam voor zijn plaat ‘All these dreams’.

    45. Willie Sugarcapps :: Paradise Right Here

    45.JPG

    Tweede plaat van deze americana-supergroep rond Grayson Capps en Will Kimbrough. Bleek een aangenaam plaatje tijdens zalig lamlendige zomerdagen.

    46. Ben Harper & The Innocent Criminals :: Call It What It Is

    46.JPG

    De plaat van Charles Bradley (zie hieronder) en deze nieuwe van Ben Harper speelde ik dit voorjaar altijd na mekaar. Om één of andere reden vind ik ze mooi op elkaar aansluiten. In ieder geval maakte Ben Harper hiermee z’n sterkste plaat sinds ‘Diamonds on the inside’ uit 2003. Niet dat iemand het wilde geweten hebben overigens, want deze plaat kreeg nauwelijks aandacht. Your loss!

    47. Charles Bradley :: Changes

    47.JPG

    Lap, nu werd de hobo of Soul Charles Bradley ook al met kanker gediagnosticeerd. ‘Changes’ beluisterde ik vooral veel in het voorjaar. Toen was ik er zeker van dat de plaat op het einde van het jaar in mijn top 5 zou staan. Niet dus. De magistrale Black Sabbath-cover van ‘Changes’ is in ieder geval één van dé topsongs van het jaar.

    48. Metallica :: Hardwired… To Self-Destruct

    48.JPG

    Te laat op het jaar verschenen deze dubbelaar van de Metal-goden en daarom nog niet geheel naar waarde kunnen schatten en dus staat ie misschien veel te laag. Onverwacht sterke plaat alvast, en het zou zeker en vast nog beter geweest zijn als een enkel album. Zowat de hele tweede plaat had gerust geschrapt mogen worden. Behalve afsluiter ‘Spit out the bone’ dan, want dat oplawaai is één van dé topsongs van het jaar.

    49. Red Hot Chili Peppers :: The Getaway

    49.JPG

    Danger Mouse transformeerde de Peppers in echte popsletten, wat resulteerde in een aangenaam wegluisterend popplaatje.

    50. Prince :: HitnRun Phase Two

    50.JPG

    Zoals ieder jaar is de laatst genoteerde plaat in mijn top 50 bijna even belangrijk als de nr.1. Dit jaar is de eer weggelegd voor Prince, de Mozart van de popmuziek. Schrijven, componeren, arrangeren, alle instrumenten bespelen (én beheersen), zingen en producen. Wie zal het hem ooit nog nadoen? Wie heeft het hem ooit voorgedaan? Prince was misschien wel de allergrootste solo-artiest van de moderne popmuziek. (en voor alle duidelijkheid: met ‘modern’ beschouw ik alles vanaf The Beatles). Zijn laatste kunstje mocht er zeker wezen en zou zonder zijn dood ook in mijn top 50 gestaan hebben, maar dan wellicht op een anonieme plaats 37 ofzo. Vreemd toch, dat deze plaat de weg niet meer naar het grote publiek vond. Zelfs na zijn dood niet, terwijl de fysieke versie toch in die periode verscheen (de digitale verscheen eind vorig jaar al). Ook de fantastische single en protestlied ‘Baltimore’ had vanwege de tekst op z’n minst een Amerikaanse nummer één-hit moéten zijn.