23-12-11
CD Top 10 van 2011 :: The Harrow & The Harvest
1. GILLIAN WELCH
~~~~
THE HARROW & THE HARVEST
Plaat van het jaar. Concert van het jaar. Platenhoes van het jaar. 2011 was overduidelijk het jaar van Gillian Welch. Over dat laatste: een echt kunstwerk is de platenhoes van 'The Harrow & The Harvest'. Uitleg over de creatie van de hoes, dat overigens een ontwerp is van John Dyer Baizley van metalgroep Baroness, geven Gillian Welch en haar echtgenoot David Rawlings zelf in dit filmpje. Maar het is uiteraard niet vanwege de hoes dat 'The Harrow & The Harvest' mijn favoriete plaat van het jaar is. In deze hondsdolle drukke tijden waarin iedereen op de toppen van z'n tenen loopt om toch maar geen twitterbericht of facebook statusupdate te missen, kwam 'The Harrow & The Harvest' als een welgekomen baken van rust. Niet dat de plaat daarom een soundtrack met ontstpannende onthaastingsmuziek bevat voor praktijken van dubieuze, alternatieve new age goeroes, integendeel. 'The Harrow & The Harvest' is een tijdloze plaat die evengoed uit de Grote Depressie-periode van de vorige eeuw had kunnen dateren. Ellende troef immers, in de tien Appalachian folksongs waarop wanhoop, onheil, dood en verderf welig tieren. Niets aan te doen echter, want het is nu éénmaal 'The Way It Goes', 'The Way It Will Be' en uiteindelijk 'The Way The Whole Thing Ends' in Het Leven stelt Gillian Welch kurkdroog vast in de drie gelijknamige songs waarin ze het (nood)lot van de protagonisten bezingt. En eigenlijk zou ze het evengoed over u en mij kunnen hebben, want uiteindelijk ontmoet iedereen op zijn Levenspad de 'Six White Horses' die je naar het Hiernamaals begeleiden. Niemand ontsnapt aan zijn Lot; dat is eigenlijk de boodschap die Gillian Welch in deze 10 krachtige, rustieke folksongs tracht over te brengen. Vandaar ook De Ploeg & De Oogst ('The Harrow & The Harvest') als metafoor voor Het Leven. Iedereen zit immers vanaf de geboorte tot aan de dood te ploeteren om door het leven te komen; de ene al wat gemakkelijker dan de andere. En je oogst wat je gezaaid hebt. Het Lot is sommigen van ons zelfs zo ongunstig gezind dat men geen uitweg meer ziet en tot wanhoop, een mes en moord gedreven wordt, zoals in de murderballad 'Silver Dagger'. Het lijk uit die song werd overigens allicht gedumpt in een waterput in 'Scarlet Town'; de bedwelmende openingstrack die je meteen in de donkere sfeer van album brengt. "Look in that deep well" zingt Welch in het refrein van deze spookachtige gothic americana murder ballad, maar vanwege de angstaanjagende sfeer durf je niet eens te kijken. Maar het indrukwekkende zwaartepunt van het album bevindt zich wellicht halverwege het album met 'Tennessee' en 'Down Along The Dixie Line', omdat die songs zo confronterend, want herkenbaar zijn. Welch houdt ons in deze songs een spiegel voor en drukt ons met de neus in het feit dat dat we allemaal grijze muizen zijn, want over het algemeen schikken we ons in ons lot en aanvaarden we Het Leven zoals het ons aangereikt wordt; we doen zelfs geen enkele moeite om te ontsnappen aan een saai, routineus bestaan in de marge. We maken onszelf immers middels onze carrière, onze hobby's, onze vrienden en onze spullen voortdurend wijs dat we een boeiend leven leiden, terwijl we eigenlijk ons hele leven lang in dezelfde veilige omgeving blijven wonen. En toch komt 'The Harrow & the Harvest' op de luisteraar over als een baken van rust. Dat is vooral te danken aan de drumloze, warme, gedetailleerd akoestische aankleding van de songs. Gillian Welch en David Rawlings sorteren maximaal effect met enkel banjo en hun akoestische gitaren, waardoor het lijkt alsof ze de plaat in je living staan te spelen. Je hoort de vingers over de snaren glijden en op den duur ruik je zelfs het hout van de instrumenten, al kan dat natuurlijk ook aan mijn pillen liggen. Maar er is nog een andere reden waarom 'The Harrow & The Harvest' mijn plaat van het jaar geworden is. Net zoals 'American V: A Hundred Highways' van Johnny Cash in 2006 een toevluchtsoord voor me was toen ik diep in de psychische ellende zat, bood 'The Harrow & The Harvest' me dit jaar troost en rust in mijn vermoeide hoofd. Want hoewel dit voorbije jaar niet te vergelijken valt met de hel waar ik doorheen gegaan ben in de periode 2004-2008 ondervond ik dat het toch weer bergaf ging met me. Daarvoor is slechts één persoon verantwoordelijk, wiens naam ik hier niet zal noemen, die ik nooit meer wil ontmoeten en maar beter uit mijn buurt blijft, want je weet nooit of je naar een 'Silver Dagger' grijpt als je je in dezelfde ruimte met je grootste kwelduivel / vijand bevindt en geen kant meer uit kunt... Ook deze persoon, die me hoe dan ook de rest van mijn leven zal blijven achtervolgen, zij het niet fysisch, is er verantwoordelijk voor dat 'The Harrow & The Harvest' mijn plaat van het jaar is. Een plaat die het lange wachten méér dan waard is, en gelukkig te beluisteren valt op Spotify: Gillian Welch – The Harrow & The Harvest
2. Jesse Sykes & The Sweet Hereafter - Marble Son
In maart van dit jaar was ik voor 3 dagen in Parijs. Dankzij de aanwezigheid van mijn madam, goeie vrienden en Elliott Murphy heb ik me kunnen staande houden in deze drukke stad. Ik heb het nooit verteld, zelfs niet tegen mijn madam, maar eigenlijk beleefde ik die 3 dagen de meest helse dagen sinds 2008. De drukte van de stad haalde mijn angstduivel uit zijn diepe slaap, wat meermaals voor paniekopstoten zorgde. Ik drong er daarom op aan om rustige oorden op te zoeken in Parijs en zo kwam het dat we ondermeer een hele dag doorbrachten op het kerkhof van Père-Lachaise met z'n vele beroemde bewoners. Ik vond gelukkig de broodnodige ruimte en rust op dat prachtige, sfeervolle kerkhof met statige grafmonumenten en eenvoudige grafzerken met daarop illustere namen als Edith Piaf, Chopin en Jim Morrison. Ik wilde de vele krassende kraaien uit mijn hand laten eten, maar mijn gezelschap schrikte hen wellicht af en dus bleven ze maar op de grafzerken of in de vele prachtige, oude bomen zitten. Sprookjesbomen lijken het wel, de bomen op Père-Lachaise. Na onze reis kwam ik op YouTube enkele filmpjes tegen met opnames van Jesse Sykes die op datzelfde kerkhof enkele van haar liedjes zingt en speelt op haar akoestische gitaar, met enkele krassende kraaien als passende backing vocalisten. Eén van die liedjes is 'Be It Me, Or Be It None' (klik hier voor het filmpje), tevens één van de weinige rustpunten op het nieuwe monumentale 'Marble Son'; Sykes haar vierde album met begeleidingsband The Sweet Hereafter. Net zoals de 3 voorgangers is ook 'Marble Son' een plaatje waarop de nacht regeert, maar deze keer stak Jesse Sykes, wier stem nog steeds de geest van Karen Dalton in zich draagt, haar beroemde en beruchte valiumblues in een bad acid (rock), waardoor gassen vrijkomen die de lucht aardedonker maken, eens je ze via de cd-speler laat ontsnappen. Zodoende is 'Marble Son' de zwaarmoedigste plaat geworden die Jesse Sykes ooit afgeleverd heeft, en dat wil al wat zeggen. Onderga dat hier op Spotify: Jesse Sykes & The Sweet Hereafter – Marble Son
3. Fleet Foxes - Helplessness Blues
Tot mijn eigen grote verbazing staat deze tweede plaat van Fleet Foxes op nr.3 van mijn jaarlijst. Nochtans maakte 'Helplessness Blues' tot 30 november nooit aanspraak op een plaats in mijn top 50, laat staan in de top 3. Niet dat ik teleurgesteld was in deze nieuwe plaat, integendeel. Ik had op voorhand immers verwacht dat de opvolger van dat hemelse debuut uit 2008 niet dezelfde impact zou hebben, wat overigens ook zo was. Het resultaat was dat ik 'Helplessness Blues' best een aardig plaatje vond, maar de plaat verdween algauw in de platenbak om er maandenlang niet meer uit te komen. Maar toen, op die magische 30ste november, maakte ik de impulsieve beslissing om naar het concert van Fleet Foxes in Vorst Nationaal te gaan. Net die beruchte galmbak zorgde ervoor dat de groep zijn op plaat gecreëerde galm ook live kon overbrengen, zodat de nieuwe songs schitterden in al hun pracht en praal. Het viel me toen pas op dat die nieuwe songs niet eens hoefden onder te doen voor de magistrale songs uit dat droomdebuut. Sinds dat magische concert is er geen dag meer voorbij gegaan zonder dat ik de plaat minstens één keer beluisterd heb. Niet dat 'Helplessness Blues' ondertussen de status van het debuut bereikt heeft overigens, maar dat hoeft ook niet. Hoe moeilijk ook, 'Helplessness Blues' moet je los zien van dat droomdebuut, want dan pas hoor je een op zichzelf staande, meesterlijke plaat tjokvol gouden melodieën en hemelse harmonieën. Onnodig om hoogtepunten op te noemen, want ik vind iedere song een hoogtepunt. Maar ik ben toch vooral énorm gaan houden van het briljante progfolk meesterwerkje 'The Shrine / An Argument' binnen het Meesterwerk 'Helplessness Blues', dat gelukkig zomaar hier te beluisteren is op Spotify: Fleet Foxes – Helplessness Blues
4. The Decemberists - The King Is Dead
Deze plaat dateert al van het begin van het jaar, maar vond gedurende het hele jaar zeer regelmatig de weg naar de cd-speler. The Decemberists legden de lat dan ook meteen zeer hoog voor alle andere groepen en artiesten en het is dus uiteindelijk slechts 3 anderen gelukt om beter te doen. En toeval of niet, maar vrouw van het jaar Gillian Welch doet mee op enkele songs. Toch is het vooral die andere gastmuzikant die hier opvalt. Mede dankzij de medewerking van niemand minder dan gitarist Peter Buck maakten The Decemberists met 'The King Is Dead' de beste R.E.M.-plaat van het jaar. Hoewel 'Collapse Into Now' geen slechte zwanenzang is, legde 'The King Is Dead' de pijnpunten van de laatste R.E.M.-platen bloot. Bovendien combineert 'The King Is Dead' het beste van dé twee R.E.M.-klassiekers 'Out Of Time' en 'Automatic For The People': met gouden melodieën overgoten, sprankelende gitaarsongs als 'Down By The Water', 'Calamity Song', 'Rox In The Box' en 'This Is Why We Fight' worden afgewisseld met magische folksongs als 'January Hymn' en 'June Hymn'. Hier te beluisteren op Spotify: The Decemberists – The King Is Dead
5. Ryan Adams - Ashes & Fire
Comeback van het jaar! Nuja, wat heet "comeback". Nog geen twee jaar nadat wonderkind Ryan Adams beloofde nooit meer platen te zullen maken, verscheen plots 'Ashes & Fire'. En zelfs in de periode tussen z'n laatste plaat met The Cardinals ging er geen jaar voorbij zonder een nieuwe Ryan Adams-release: in 2009 liet hij immers de erg gelimiteerde metalplaat los op de mensheid; een vinylplaat die gelukkig alleen via zijn eigen website te verkrijgen was. En vorig jaar was er dan de dubbel-cd 'III / IV' met allemaal restmateriaal van z'n werk met The Cardinals. En toch klinkt 'Ashes & Fire' als een echte comebackplaat; als een nieuwe start. Een nieuwe kans die Adams overigens met beide handen heeft gegrepen, want geen enkele andere,vorige plaat is zo consistent als 'Ashes & Fire'. Geen "mama, kijk eens zonder handen"-toestanden zoals op zijn vorige platen, waarop Adams schijnbaar moeiteloos van het ene naar het andere genre overschakelde. Nee, 'Ashes & Fire' blinkt uit in simpele eenvoud en klinkt als een klassieke singer-songwriterplaat uit de jaren '70. Niet moeilijk, want niemand minder dan de legendarische, inmiddels bejaarde Glyn Johns prodjoeste de plaat. Johns, die 40 jaar geleden Classic Albums prodjoeste als 'Sticky Fingers' van The Rolling Stones, 'Who's Next' van The Who, 'Slowhand' van Eric Clapton en tientallen andere platen uit die periode, mat Adams dezelfde laid back West Coast sound aan die hij de Eagles 40 jaar geleden bezorgde op hun eerste platen, wat resulteerde in een warme, gloedvolle rasechte singer-songwriterplaat met een lichte countrytoets. Hij hield Adams strak aan de leiband en haalde het uiterste uit Adams z'n gouden melodieënkoker, waaruit bloedmooie songs als 'Kindness', 'Lucky Now', 'Chains Of Love' vloeiden. Benmont Tench, Norah Jones en Adams' wederhelft Mandy Moore zorgden voor subtiele muzikale en vocale bijdragen en droegen zodoende bij tot de ingetogen, landelijke sfeer van de plaat. 'Ashes & Fire' is puur goud en misschien wel de allerbeste en allermooiste Ryan Adams-plaat ooit, maar dat zal de tijd wel uitwijzen. Beluister de plaat hier op Spotify: Ryan Adams – Ashes & Fire
6. Wilco - The Whole Love
Vreemd dat 'The Whole Love' in zo weinig jaarlijstjes opduikt. Nochtans is 'The Whole Love' hét Ultieme Meesterwerk van Wilco. Hoe kan het ook anders. Voor het eerst stond er geen platenfirma mee over de schouders van Jeff Tweedy & co te kijken, maar konden ze hun eigen gangen gaan in hun huisstudio 'The Loft'. Bij de meeste andere groepen wil die vrijheid al eens leiden tot nodeloos gefröbel, maar Wilco benutte hun vrijheid optimaal. Beatlesfans zullen zich nu wellicht in de haren wrijven, maar ik vind 'The Whole Love' klinken als een hedendaagse versie van 'Abbey Road'. Er zijn uiteraard de gouden melodieën in subtiel opgebouwde popsongs als 'I Might' (de 'Come Together' van de plaat), 'Sunloathe' (de 'Here Comes The Sun' van de plaat) en 'Black Moon' (de 'Something' van de plaat), die onmiskenbaar geschoeid zijn op Beatles-leest. Maar vooral is er enerzijds de minitieus uitgewerkte rocksymfonie 'Art Of Almost' (de 'I Want You (She's So Heavy)' van de plaat) en anderzijds de afsluitende symfonie 'One Sunday Morning' (de Abbey Road-afsluitende medley vanaf 'You Never Give Me Your Money' tot en met 'The End' van de plaat). Ver gezocht misschien, ik besef het, maar ik heb de proef een maand of wat geleden eens gemaakt en 'The Whole Love' en 'Abbey Road' (in die volgorde) eens vlak na mekaar beluisterd, hetgeen me alleen maar overtuigde van mijn rare hersenkronkel. Het is in ieder geval duidelijk dat er veel laat Beatles-werk in The Loft weerklonk tijdens de pauzes toen Wilco 'The Whole Love' opnam. Beluister het album hier op Spotify: Wilco – The Whole Love
7. Low - C'Mon
Met 'C'Mon' leverde Low hun meest consistente plaat sinds lang. Geen chaotische, experimentele erupties die de sfeer en coherentie van vorige platen om zeep hielp, maar de drang om schoonheid te werwekken regeerde, wat resulteerde in 10 donkere parels van songs. Want laat dat duidelijk wezen: Low is gelukkig nog steeds geen vrolijke bende, maar in tegenstelling tot de platen die verschenen na 'Things We Lost In The Fire' zijn de psychoses op 'C'Mon' eindelijk onder controle. Op 'C'Mon' combineert Low dan ook het beste uit hun jaren '90 werk met het beste uit recent werk, wat ontroerend mooie songs als 'Try To Sleep', 'Nightingale' en 'Especially Me' heeft gebaard. 'C'Mon' is daarom de beste en de mooiste plaat van Low tot dusver en valt hier te beluisteren op Spotify: Low – C'mon
8. The Walkabouts - Travels In The Dustland
Zes jaar liggen er tussen 'Acetylene' en 'Travels In The Dustland'. Nochtans heeft Walkabouts-frontman Chris Eckman al die tijd niet stilgezeten: Naast veel producersopdrachten, maakte hij ondermeer de magistrale soloplaat 'Last Side Of The Mountain' en twee bijzondere platen met gelegenheidsgroep Dirtmusic. Zelfs begin dit jaar verscheen met 'American Primitive' nog een plaat van zijn andere project L/O/N/G. En toen was daar plots, out of the blue, de aankondiging van een Walkabouts-tournee in 2012 ter promotie van het nieuwe album 'Travels In The Dustland'. En zoals op deze nieuwe plaat hebben we The Walkabouts in jaren niet meer gehoord. 'Travels In The Dustland' is een terugkeer naar het epische, sierlijke 'Devil's Road' uit 1996, al ontbeert het deze nieuwe plaat aan een wereldsong als 'The Lights Will Stay On', waarmee dat oude album, en bij uitbreiding de groep, zijn legendarische status verwierf. Toch bevat het nieuwe album de groep hun beste en mooiste songmateriaal sindsdien. Onheilspellende zwaar aangezette viool- en piano-arrangementen, dreigende elektrische gitaren en bovenal die nog steeds betoverende, sensuele zang van frontvrouw Carla Torgerson bepalen de donkere sfeer, wat leidt tot hoogtepunten als het mysterieuze 'The Dustlands', de statige, gracieuze pianoballads 'They Are Not Like Us' en 'Wild Sky Revelry', de valiumblues 'Horizon Fade' om uiteindelijk te culmineren in het machtige 'Every River Will Burn'. Ga dat horen op Spotify: The Walkabouts – Travels In The Dustland
9. PJ Harvey - Let England Shake
Vaststelling: in de Europese jaarlijstjes wordt 'Let England Shake' bijna unaniem verkozen tot plaat van het jaar, terwijl de Amerikaanse jaarlijstjes eerder kiezen voor verschillende Amerikaanse platen. Ik vind 'Let England Shake' in ieder geval een erg deprimerende plaat. Alsof we tijdens de journaals nog niet genoeg geconfronteerd worden met oorlogsbeelden, meende PJ Harvey zo goed als een hele plaat te moeten wijden aan de verschrikkingen van oorlog. Door explosies afgerukte ledematen hangen in de bomen te drogen, lijken liggen in de loopgraven te ontbinden en de door bommen omgewoelde, modderige grond kleurt bloedrood op 'Let England Shake'. Nee, vrolijk word je niet van 'Let England Shake'. Bovendien is het volgens Harvey allemaal de schuld van Europa dat Engeland sinds mensenheugnis steeds verwikkeld geraakt is in oorlogen. In 'The Last Living Rose' windt ze er wat dat betreft geen doekjes om door de woorden "Goddam' Europeans!" smakelijk in de Europeanen hun gezicht te fluimen. En toch houdt Europa dus van PJ Harvey. Onbegrijpelijk eigenlijk. Natuurlijk verwijt ze het de Engelse politiek ook, die Engeland altijd meesleurt in die oorlogen. Ik denk dan ook dat ze zelfs mist heeft gespoten in de promo-interviews door te beweren dat deze plaat Engeland moet wakker schudden. Wakker schudden van wat? Van de Europese droom? Om de Engelsen nog anti-europeser en dus nationalistischer te maken dan ze al zijn? Het is daarom een erg dubbelzinnige plaat, 'Let England Shake'. Temeer omdat PJ Harvey nooit het achterste van haar (gespleten) tong laat zien. En ook wel een onheilspellende, profetische plaat, want gezien de huidige toestand staan we misschien dichter bij een nieuwe Europese Oorlog / Wereld Oorlog dan we denken. Het is alleszins een plaat die aan het denken zet en discussies losweekt. Daarom alleen al is 'Let England Shake' sowieso één van dé platen van het jaar. Maar ook puur muzikaal gezien is dit een wondermooie plaat; misschien wel de allermooiste die PJ Harvey ooit gemaakt heeft. Muzikaal pakt ze de draad weer op waar ze hem met het vorige 'White Chalk' liet vallen. Nog steeds gekleed in een wit gewaad zweeft Harvey rond in de donkere, uitgeregende, mistige wouden van Engeland. Door het mistgordijn van de tijd overziet ze het slagveld dat de Engelse geschiedenis heeft veroorzaakt, wat resulteerde in tot de verbeelding sprekende, adembenemende Victoriaanse gothic folksongs als 'The Glorious Land', 'The Words That Maketh Murder', 'All And Everyone' en vooràl 'On Battleship Hill', waarin het lijkt alsof Harvey het vanop de heuveltop opneemt tegen de natuurelementen Onweer en Storm. Te beluisteren via Spotify: PJ Harvey – Let England Shake
10. The Low Anthem - Smart Flesh
De meeste muziek van 2011 heeft één algemene bindende factor: muziek in 2011 moest vooral GALMEN! En net als de platen van PJ Harvey, Low, Fleet Foxes en Jesse Sykes galmde ook de nieuwe plaat van The Low Anthem alsof de muziek in een kathedraal opgenomen werd. Wat de plaat van The Low Anthem betreft, was het overigens geen kathedraal maar een... pastasausfabriek. Houten hutten, kerken, schuren, pastasausfabrieken,... veel gekker moet het niet meer worden. Maar ook op 'Smart Flesh' voegde de natuurlijke galm van de fabriek een extra dimensie toe aan de stokoud klinkende, krakkemikkige, intimistische country- en folksongs van de groep. Zo lijkt in 'Apothecary Love' de geest van The Byrds ten tijde van 'Sweetheart Of The Rodeo' of The Flying Burrito Brothers ten tijde van 'The Gilded Palace Of Sin' te echoën en in 'Burn' de geest van Gram Parsons rond te waren middels de spooky zingende zaag. De eerlijkheid gebiedt me overigens te zeggen dat ik het ook met 'Smart Flesh' in het begin zeer lastig had. Bovendien miste ik een concert van de groep tot twee keer toe: het concert in de AB liet ik aan me voorbij gaan omdat ik dacht dat ik de groep wel tijdens ons weekendje Parijs zou zien. Maar ik vond vanwege de vele paniekopstoten die ik kreeg in het beklemmende Parijs helaas de moed niet om alleen naar hun concert te gaan. Ik heb de plaat vervolgens maandenlang links laten liggen, totdat ik ze in het begin van de herfst nog eens uit de kast trok en er toen pas de ware pracht in ontdekte. Het verbaast me dezer dagen dan ook ten zeerste dat 'Smart Flesh' dé Vergeten Plaat is in de verzamelde jaarlijstjes, terwijl The Low Anthem nu eigelijk méér een hoge plaats verdient dan twee jaar geleden met het minder coherente doorbraakalbum 'Oh My God, Charlie Darwin'. Hier te beluisteren op Spotify: The Low Anthem – Smart Flesh
18:49 Gepost door RoenHetZwoen in Eindejaarslijstje 2011 | Permalink | Commentaren (7) | Trackbacks (0) | Tags: gillian welch, david rawlings, jesse sykes, the sweet heareafter, americana, fleet foxes, decemberists, peter buck, ryan adams, norah jones, glyn johns, mandy moore, benmont tench, wilco, the whole love, jeff tweedy, plaat van het jaar, low, c'mon, the beatles, abbey road, pj harvey, let england shake, walkabouts, chris eckman, carla torgerson, dirtmusic, the low anthem, smart flesh, the harrow & the harvest, jaarlijstje, cd top 10, beste albums van 2011, 2011 |
Facebook |
22-12-11
CD Top 50 van 2011 :: James Brown Is Alive!
11. The Majestic Silver Strings - Buddy Miller's The Majestic Silver Strings
Deze plaat werd overal aanzien als een nieuwe soloplaat van Buddy Miller, maar strikt genomen is dat niet zo. Het is immers een project waarvoor Miller een supergroep samenstelde met gitaristen Bill Frisell, Marc Ribot en Greg Leisz, drummer Jay Bellerose en bassist Dennis Crouch, aangevuld met gastvocalisten Patty Griffin, Julie Miller, Shawn Colvin, Ann McCrary, Lee Ann Womack en uiteraard de onvermijdelijke Emmylou Harris. Bedoeling van het project was om oude, vergeten traditionele countrysongs nieuw leven in te blazen. Enkel de afsluitende track 'God's Wing'ed Horse' (Bill Frisell & Julie Miller) en 'Meds' (Marc Ribot) zijn nieuwe songs. Het resultaat is een superieure, tijdloze americanaplaat, die bijzonder fraai opent met het in Hawaïaanse sferen badende 'Cattle Call' van Buck Owens. Een openingstrack die meteen de laid back sfeer voor de rest van de plaat bepaalt, want het gros van de plaat bestaat voornamelijk uit ingetogen, traditionele country lovesongs, waarin de gastzangeressen alle ruimte krijgen om te schitteren. Zo zet Emmylou Harris, net als op de plaat van Tom Russell, ook hier méér dan op haar eigen nieuwe 'Hard Bargain' een glansprestatie neer. Toch wordt Harris overschaduwd door haar eigen troonopvolgster Patty Griffin, die samen met Buddy Miller het sensuele liefdesduet 'I Want To Be With You Always' van Lefty Frizzell. Julie Miller mag wel opletten voor mannenverslindster Griffin. Daarom wellicht dat ze haar man op het matje riep om samen met hem het door haar geschreven, afsluitende, bloedmooie 'God's Wing'ed Horse' de Eeuwigheid in te zingen. Vrouwelijke ster van de plaat is echter verrassend genoeg Lee Ann Womack, die eerst gewoon een degelijke prestatie neerzet in het door Marc Ribot aangeleverde 'Meds', maar op het einde van de plaat pas écht uithaalt met de hartverscheurende country tearjerker 'Return To Me'. Het is echter Marc Anthony "Chocolate Genius" Thompson die met z'n verbluffende zangprestaties in de nachtelijke, onbehaaglijke bluessongs 'Dang Me' en het daaropvolgende 'Burie Me Not On The Lone Prairie' tekent voor dé absolute hoogtepunten van de plaat. Ook al is het dus geen soloplaat van Buddy Miller; dit is misschien wel de beste plaat ooit die zijn naam draagt in de titel. Doodzonde dat deze plaat niet te beluisteren is op Spotify; alweer joetjoep dan maar:
12. Steve Earle - I'll Never Get Out Of This World Alive
Ik had Steve Earle eerlijk gezegd al opgegeven. Zeker na z'n vorige teleurstellende tributeplaat aan Townes Van Zandt had ik geen zin meer in nog maar eens een overbodige nieuwe plaat van 'm. Ik kon dan ook mijn eigen oren niet geloven na een eerste beluistering van 'I'll Never Get Out Of This World Alive'. "Zijn beste sinds 'The Mountain'!" riep ik dolenthousiast op facebook & daarbuiten. En dat enthousiasme is er ook nu, 8 maanden na de release, nog steeds. Is het misschien producer T Bone Burnett die Earle ertoe aanzette om nog eens gefocust aan een nieuwe plaat te werken? "Toevalstreffer", dacht ik toen ik voor het eerst de vurige rockabilly van openingstrack 'Waiting For The Sky' hoorde. Een misplaatst vooroordeel, want tot mijn grote verbazing en genoegen kent de plaat geen enkele mindere track. Ik vind het zelfs eerder jammer dat Earle de titeltrack, een Hank Williams-cover, apart en zeer gelimiteerd op een vinylsingle heeft uitgebracht. De titeltrack had alleszins niet misstaan op deze superieure americanaplaat die louter uit hoogtepunten bestaat. Opvallende ster van het album is fiddle speelster Sara Watkins (van het vroegere Nickel Creek) die stevig haar stempel drukt op de plaat met bevlogen, geïnspireerde fiddle arrangementen in het gros van de songs. Zo stuwt ze de hillbilly mountainsong 'Little Emperor' naar ongekende hoogten en klinkt haar fiddle dreigend in de onheilspellende murder ballad 'Molly-O'. Maar dé ster van het album is Steve Earle zelf, die met 'Every Part Of Me' een mooie lovesong schreef voor z'n echtgenote Allison Moorer. Nog mooier is echter 'Heaven Or Hell' waarin Moorer in duet gaat met haar man en dat samen met de Appalachian folk ballad 'The Gulf Of Mexico' hét hoogtepunt van de plaat vormt. Ook nam Earle 'God Is God' en 'I Am A Wanderer' nu zelf op. Earle schreef beide songs voor Joan Baez en zijn overigens te vinden op Baez haar door Earle geprodjoeste album 'Day After Tomorrow' uit 2008. Dat alles maakt dat Steve Earle voor het eerst sinds 1999 terecht hoog genoteerd staat in mijn jaarlijst. Het album is zowaar te beluisteren op Spotify: Steve Earle – I'll Never Get Out Of This World Alive
13. Shelby Lynne - Revelation Road
Over Allison Moorer gesproken: haar oudere zus Shelby Lynne trok met haar nieuwe, uitstekende plaat 'Revelation Road' de positieve lijn door die ze met het vorig jaar verschenen 'Tears, Lies & Alibis' inzette. "Produced, written and performed by Shelby Lynne for Everso Records" staat er Prince-gewijs en ietwat snoeverig, doch terecht te lezen in de hoesnota's. Terecht, omdat 'Revelation Road' een erg persoonlijk, intimistisch, onthullend werkstuk geworden is, waarop Lynne begrijpelijk liever zelf de touwtjes in handen had. In het gros van de songs rekent ze af met pijnlijk gestrande relaties, maar in het met een bloedmooi refrein gezegende 'I'll Hold Your Head' kijkt ze voor het eerst terug naar dat pijnlijke voorval, dat de rest van haar leven heeft bepaald. Ze besluit de song met de woorden "Come on Sissy let's close the door / Don't want to hear the noise no more". De "Sissy" is het koosnaampje voor haar zus Allison Moorer en meteen weet je dat ze het de hele song lang over haar pijnlijke jeugdjaren had. Een jeugd die getekend werd door aan haar alcohol verslaafde, agressieve vader en de daaruit voorvloeiende hoogoplopende ruzies tussen haar vader en moeder. Ruzies die uiteindelijk een dramatische afloop kenden toen haar vader haar moeder en meteen daarna zichzelf doodschoot voor de ogen van zijn jonge dochters. Shelby Lynne was toen 9 jaar. Voor het eerst schreef Shelby Lynne dat tragische sleutelmoment in haar leven van zich af in een song met het pakkende, expliciete 'Heaven's Only Days Down The Road'. Meteen begrijp je dat Shelby Lynne haar zakelijke, onderkoelde zang nooit een pose geweest is. Zo'n voorval op erg jonge leeftijd meemaken en met eigen ogen zién, is een verschrikkelijke, levensingrijpende gebeurtenis. Geen wonder dus dat Shelby Lynne haar EQ sindsdien compleet tilt is geslagen. De troostende woorden in het daaropvolgende, afsluitende, 'I Won't Leave You' zijn dan ook gericht aan haar zus Allison Moorer, al wordt ze deze keer niet expliciet vermeld, maar dat begrijp je natuurlijk zo wel. Beluister en huiver op Spotify: Shelby Lynne – Revelation Road
14. Jeffrey Foucault - Horse Latitudes
Dit jaar verschenen er met 'Cold Satellite' en 'Horse Latitudes' twee platen van Jeffrey Foucault. Overigens is het voor mij nog steeds onduidelijk of 'Cold Satellite' nu een groepsplaat of een soloplaat is. In ieder geval is 'Horse Latitudes' duidelijk de beste van de twee en bij uitbreiding misschien wel de allerbeste plaat van Jeffrey Foucault tot dusver. 'Horse Latitudes' bevat alleszins zijn beste en meest geïnspireerde werk sinds het 5 jaar oude 'Ghost Repeater'. Naast ouwe getrouwen als celliste, backing vocaliste en tevens Foucault z'n echtgenote Kris Delmhorst, drummer Billy Conway en (pedal steel) gitarist Eric Heywood stond deze keer ook de opmerkelijke naam Van Dyke Parks op de loonfiche. Samen zorgden zij voor de uitgepuurde, rustieke americana sound die de poëtische, ingetogen songs van Foucault verdienen. Hoewel 'Horse Latitudes' geen enkele mindere track bevat, springen het van verlangen doordrongen 'Heart To Husk', het nostalgische 'Idaho' en het machtig mooie, berustende 'Passerines' er wat mij betreft bovenuit, al zullen liefhebbers van de plaat wellicht andere favorieten aanduiden. Beluister de plaat hier op Spotify: Jeffrey Foucault – Horse Latitudes
15. The Deep Dark Woods - The Place I Left Behind
Nooit gedacht dat de Canadese alt.country groep The Deep Dark Woods het ooit tot mijn jaarlijst zou schoppen. 'The Place I Left Behind' is dan ook een énorme stap voorwaarst ten opzichte van de twee voorgangers 'Hang Me, Oh Hang Me' en 'Winter Hours'. Niet dat de groep een stijlbreuk doorgevoerd heeft; integendeel. Hun spookachtige americana songs geuren nog steeds naar de geheimzinnige, donkere, uitgeregende naaldwouden van hun thuishaven Saskatoon en nemen je nog steeds mee door de mist van de tijd. Op hun mysterieuze woudpad word je als vanouds geconfronteerd met verlies, ellende, dood en verderf, waardoor ook deze nieuwe plaat baadt in een gitzwarte poel van tristesse. Een poel waar deze keer ook een lijk in ronddobbert middels de murder ballad 'The Ballad Of Frank Dupree'. Wat dat betreft, brengt The Deep Dark Woods op deze plaat het Noorse Madrugada in herinnering; ook zo'n groep waarvan de muziek als een tranenwaterval over je heen klaterde. 'Oh, What A Life', verzuchten The Deep Dark Woods in de gelijknamige afsluitende track. Gelijk hebben ze. Ik ga alvast op zoek naar een koord en een stevige balk op zolder. Ondertussen kunt u deze zelfmoordplaat van het jaar op Spotify beluisteren: The Deep Dark Woods – The Place I Left Behind
16. Israel Nash Gripka - Barn Doors And Concrete Floors
Platen opnemen in schuren; het is een gewoonte geworden de laatste jaren. Ook Israel Nash Gripka had genoeg van het claustrofobische karakter van een stad als New York en trok de Catskills Mountains in, op zoek naar ruimte, rust en een grote schuur om zijn nieuwe plaat in op te nemen. Net als bij al die andere schuurminnende artiesten bleek ook Gripka zijn schuur een inspirerende plek te zijn om nieuwe songs te schrijven. Hoewel zijn debuut 'New York Town' 2 jaar geleden al onder de superlatieven en 5-sterrenrecensies bedolven werd, is deze nieuwe plaat nog stukken beter. De plaat bevat 11 songs; hymnes eigenlijk, want stuk voor stuk bevatten ze het soort onweerstaanbare melodieën en aanstekelijke refreinen waar Bruce Springsteen al zijn hele carrière in grossiert. De rauwheidsfactor van de gitaren verraadt dan weer de invloed van Neil Young; iets wat Gripka dit jaar benadrukte door telkens zijn concerten af te sluiten met een uitgesponnen versie van de Neil Young-classic 'Like A Hurricane', steevast voorafgaand door zijn eigen 'Antebellum', de afsluitende track van de plaat, als was het om te bewijzen dat die song niet hoeft onder te doen voor dat Neil Young-monument. Beluister de plaat hier op Spotify: Israel Nash Gripka – Barn Doors and Concrete Floors
17. Grayson Capps - The Lost Cause Minstrels
Drie keer stond singer-songwriter Grayson Capps in het verleden in mijn jaarlijst, waarvan twee opeenvolgende jaren op nr.5. Het nieuwe 'The Lost Cause Minstrels' vind ik zijn allerbeste plaat tot dusver en zou in een normaal muziekjaar ook moeiteloos de top 5 bereikt hebben. Toch haalt deze nieuwe plaat, in tegenstelling tot al z'n vorige platen die het meer van hoogtepunten moesten hebben, een constant hoog niveau. Capps bedacht dan ook z'n allersterkste collectie songs ooit en liet ze inspelen en -zingen door een nieuwe groep muzikanten, die duidelijk voor een nieuwe frisse wind zorgden. Openingstrack 'Highway 42' is dé roadsong van het jaar en het is dan ook jammer dat we hier in België niet over eindeloze, eenzame highways beschikken. Het moet immers heerlijk zijn om in een oude Chevy met opengeklapt dak onder een loden zon over dergelijke highway te scheuren en het refrein van deze aanstekelijke countrybluessong samen met het achtergrondkoortje mee te brullen. Vervolgens overnachten we wel aan de oevers van de mysterieuze Mississippi, die er nog wat geheimzinniger uitziet door de voodooblues van 'Coconut Moonshine' en 'Chief Seattle'. De ideale setting om je madam eens stevig tegen je gillet te trekken om te slowen op de soulvolle countryblues ballad 'Yes You Are'. De volgende dag zetten we onze reis verder door het rustieke Amerikaanse platteland in het gezelschap van de gezellig schuifelende, aanstekelijke Taj Mahal-cover 'Annie's Lover' en de al even aanstekelijke bluesy rumba van de Richard "Rabbit" Brown-cover 'Jane's Alley Blues'. We bereiken onze eindbestemming New Orleans net op tijd met de feestelijke Mardi Gras R&B-kraker 'Ol' Sac'. Uiteraard bevat de plaat ook stevige vintage Grayson Capps-songs als de stoere modderige bluesrockers 'John The Dagger' en 'No Definitions', maar écht indruk maakt Grayson Capps met het afsluitende, instrospectieve 'Rock 'n' Roll'; waarin Capps het gouden hart op de tong heeft en diep in z'n ziel laat kijken. Doodjammer dat je deze fantàstische plaat niet kan beluisteren op Spotify. Joetjoep dan maar:
18. Eilen Jewell - Queen Of The Minor Key
Hoogdravende titel, maar wel een vlag die de lading dekt als je de plaat beluistert. 'Letters From Sinners & Strangers' mag dan nog steeds de hoogst genoteerde plaat van Eilen Jewell zijn in mijn jaarlijsten, toch vind ik 'Queen Of the Minor Key' haar allerbeste plaat tot dusver. Hét beste bewijs dat 2011 een muzikaal grand cru jaar was. 'Queen Of The Minor Key' wordt in- en uitgeleid met een instrumental: terwijl in openingstrack 'Radio City' de twangende gitaar van Jerry Miller nog een vraag- en antwoordspelletje met de saxofoon van gastmuzikant David Sholl doet, treden beide heren in duel in het afsluitende 'Kalimotxo', waarin een om de haverklap 'Kalimotxo!' roepende Eilen als scheidsrechter tijdig ingrijpt tussen beide kemphanen. Wel jammer overigens, dat saxofonist Sholl geen deel van de band uitmaakte tijdens Eilen haar recente Europese tournee; hij biedt met zijn bevlogen, geïnspireerde saxspel absoluut een meerwaarde in het geheel. Tussen beide tracks creëren Eilen Jewell en haar vaste begeleidingsband (waaronder drummende echtgenoot Jason Beek) een gedempt, groezelig night club-sfeertje middels de aanstekelijk rockabilly van 'Warning Signs', 'Bang Bang Bang' en 'Hooked', de opzwepende countryswing van de titeltrack, de tot meewiegen nopende contemporaine country tearjerker 'Reckless' en de prachtige americana van 'Santa Fe'. De ingetogen jazzballad 'I Remember You' en de rokerige, bedwelmende torch song 'Only One' groeien zelfs uit tot moderne jazz standards dankzij het sensuele, doorleefde gecroon van verleidelijke Eilen, die hiermee nog maar eens onderstreept dat ze de Billie Holiday van deze tijd is. Het valt maar te hopen dat één of andere geldhongerige grote platenbaas niet een nieuwe Diana Krall ziet in Eilen Jewell en haar een hele plaat oubollige, kapotgespeelde jazz standards laat inzingen. Tot zolang hebben we Eilen nog lekker voor ons en kunnen we ze blijven zien in gezellige, stampvolle bruine kroegen zoals onlangs in café Manuscript in Oostende of in de sfeervolle night club van Roepaen. Beluister 'Queen Of the Minor Key' zeker eens op Spotify: Eilen Jewell – Queen of the Minor Key
19. Tom Waits - Bad As Me
Na 19 jaar en dus sinds 'Bone Machine' vind ik een nieuwe Tom Waits-plaat eindelijk nog eens écht goed. Geen experimentele moeilijkdoenerij dit keer, wat 13 krachtige, korte, afgewerkte songs opleverde. Waits katapulteert op 'Bad As Me' met medewerking van ondermeer Marc Ribot, David Hidalgo, Flea en niemand minder dan Keith Richards stokoude blues, rockabilly, R&B en jazz in de 21ste eeuw. Zelfs de ballads vormen voor één keer eens niet de hoogtepunten van de plaat, omdat de typische badass songs een zodanige vunzige groove aangemeten kregen, waardoor er maar moeilijk aan te weerstaan valt. Van de aanstekelijke Chicago-blues van openingstrack 'Chicago', dat overigens op één of andere vreemde manier Yello's 'The Race' in herinnering brengt, tot de afsluitende dronken wals 'New Year's Eve' (een song die zo naast die andere klassieke Waits wals 'Tom Traubert's Blues' kan staan) is dit 'Bad As Me' één badass motherfucker van een plaat die Tom Waits voor het eerst sinds 1992 nog eens in mijn jaarlijst schopt. Enkel de titeltrack en 'Back In The Crowd' zijn overigens te beluisteren via Spotify: Tom Waits – Bad As Me en Tom Waits – Back In The Crowd
20. Black Joe Lewis & The Honeybears - Scandalous
James Brown is alive and his name is Black Joe Lewis! Na zijn vorige plaat 'Tell 'Em What Your Name Is' had ik nooit gedacht dat Black Joe ooit mijn jaarlijst zou halen. Maar kijk, Jim Eno was als producer van die vorige plaat het best geplaatst om te begrjpen dat je de stomende vintage soul, blues en R&B die Lewis & co op het podium produceren best ook zo goed mogelijk op plaat vastlegt. 'Scandalous' klinkt dan ook méér dan z'n voorganger als een liveplaat. Daartoe werd de blazerssectie gehalveerd van 8 naar 4 en werden de hondsbrutale, vlijmscherpe gitaren en de moordlustig schuimbekkende bas beter in de mix gezet. Zodoende werden 'Scandalous' en de 'Stax 50th Anniversary Celebration' iedere vrijdag- en/of zaterdagavond de meest gedraaide danceplaten @ Roen's Ranch. Geen Regi in de buurt om die handen en tanden de lucht in te brullen; dat gebeurde dankzij de opzwepende, stomende dancegrooves van Black Joe Lewis & The Honeybears wel spontaan. Niet op Spotify, joetjoep dan maar:
22:07 Gepost door RoenHetZwoen in Eindejaarslijstje 2011 | Permalink | Commentaren (0) | Trackbacks (0) | Tags: buddy miller, americana, steve earle, allison moorer, shelby lynne, jeffrey foucault, israel nash gripka, grayson capps, the lost cause minstrels, eilen jewell, jason beek, jerry miller, tom waits, buddy miller, the majestic silver strings, eindejaarslijstjes, top 50, albums, platenhoezen |
Facebook |
21-12-11
CD Top 50 van 2011 :: John Lee Hooker For President !
21. Ry Cooder - Pull Up Some Dust And Sit Down
Niet Bob Dylan, maar Ry Cooder zorgde voor dé ultieme soundtrack bij dit nieuwe Grote Depressie tijdperk. De politiek, de bankiers, de zakenwereld in het algemeen; allemaal moeten ze het ontgelden op 'Pull Up Some Dust & Sit Down'. Cooder ging voor deze tijdsgeest vattende plaat tot het uiterste van zijn kunnen en benutte daartoe iedere mogelijk denkbare rootsstijl die hij in het verleden al eens aanmat: van het marslied 'El Corrido de Jesse James' over de adembenemende bluesballad 'Baby Joined The Army' over de bluesgospel 'Lord Tell Me Why' over de smerige bluesrocker 'I Want My Crown' over de tex-mex wals 'Dreamer' tot de aanstekelijke Mexicaanse polka 'Christmas Time This Year'. Niet alles klinkt overigens even geslaagd: Cooder vergat in al zijn enthousiasme de overbodige reggae 'Humpty Dumpty World' en nog enkele mindere songs te schrappen. Maar daar staat dan zoveel moois tegenover dat je die schoonheidsfoutjes graag met de mantel der liefde bedekt. En dan is er nog hét onbetwiste hoogtepunt van de plaat; de indrukwekkende, a-dem-be-ne-men-de vooroorlogse bluesstamper 'John Lee Hooker For President', waarin het lijkt alsof Cooder bezeten is door de geest van de dode bluesheld zelf. Eén van dé Songs van het jaar; misschien wel kortweg dé Song van het jaar. Ga dat vooral horen op Spotify: Ry Cooder – Pull Up Some Dust and Sit Down
22. John Hiatt - Dirty Jeans & Mudslide Hymns
Hoewel hij de laatste 15 jaar erg low profile opereerde, schudde John Hiatt nog steeds de ene prachtplaat na de andere uit zijn mouw. Platen die klonken alsof ze in één take op de opnameband gezwierd werden en daarna meteen uitgebracht. Ik was dan ook aangenaam verrast toen ik het nieuwe 'Dirty Jeans & Mudslide Hymns' voor het eerst beluisterde. Openingstrack 'Damn This Town' liet immers meteen een afgewerkt, voller geluid horen en ook de rest van de plaat deed vermoeden dat Hiatt de zaak nog eens ambitieus had aangepakt. Alle songs kregen nog eens heuse sfeerversterkende arrangementen aangemeten, waarvoor overigens niemand minder dan hardrockproducer Kevin Shirley verantwoordelijk is nota bene. Gelukkig blies Shirley de sound niet tot pompeuze proporties op zoals hij dat in het verleden bij Aerosmith en Dream Theater deed. Nee, Shirley gaf de songs van Hiatt de sound en de mooie arrangementen die ze verdienen, maar jammer genoeg vertaalde dat zich niet in betere verkoopscijfers. Nochtans is deze nieuwe plaat van Hiatt zijn beste werk sinds 'Stolen Moments' uit 1990 en zelfs beter dan al z'n jaren '90-platen samen. Ga dat zeker eens beluisteren op Spotify: John Hiatt – Dirty Jeans And Mudslide Hymns
23. The Gourds - Old Mad Joy
Het lijkt wel of iedereen tegenwoordig zijn nieuwe plaat opneemt in The Barn, de huisstudio van Levon Helm. Ook de rootsrockers van The Gourds trokken naar Helm z'n houten hutje en blijkbaar moet dat voor de groep een erg inspirerende plaats geweest zijn, want ze kwamen terug naar buiten met hun eerste échte meesterwerk onder de arm. The Gourds hebben het in hun tiental vorige platen nooit onder stoelen of banken gestoken zijn dat ze grote bewonderaars zijn van The Band en als dank om Helm z'n studio te mogen gebruiken, klinkt 'Old Mad Joy' als hun ultieme eerbetoon aan hun grote inspiratiebron The Band. Op 'Old Mad Joy' komt zowat alles aan bod wat americana zo mooi maakt: gloedvolle countrysoul, soulvolle countryrock en adembenemend mooie countryfolk ballads (dat fantastische tweeluik 'Two Sparrows' en 'Eyes Of A Child zijn instant classics!!!) overgoten met allerhande huilende steelgitaren, smachtende mandolines en hemelsmooie harmonieën. En ook deze keer zijn er met songs als 'Peppermint City', 'Drop The Charges' en 'Drop What I'm Doing' de typische aanstekelijke trademark Gourds americana popsongs die in een rechtvaardige wereld superhits zouden zijn. Te beluisteren op Spotify: The Gourds – Old Mad Joy
24. Sarah Lee Guthrie & Johnny Irion - Bright Examples
De lente kon dit jaar niet mooier beginnen dan met 'Bright Examples'; een plaat die de belofte inhield van een lange, zalige zomer en klonk als een zachte lentebries en zodoende de eerste lentebloemen deed openbloeien, de diertjes in het bos uit hun winterslaap haalde en de eerste graspollen deed opstuiven waardoor de dozen kleenex niet meer aan te slepen waren @ Roen's Ranch. Dank overigens daarvoor, beste Sarah Lee Guthrie & Johnny Irion. Overigens liet deze opvolger van 'Exploration' maar liefst 6 jaar op zich wachten, maar het was het wachten meer dan waard. Het echtpaar schreef bloedmooie songs en hun vriendschap met de groep Vetiver leidde ertoe dat de leden van Vetiver de nieuwe plaat van Guthrie & Irion mochten producen. Een gouden zet, want Vetiver verrijkte Guthrie & Irion hun traditionele folk- en countryrock met die heerlijk gloedvolle Laurel Canyon sound, wat een tijdloze plaat opleverde en herinneringen oproept aan lang vervlogen, zorgeloze zomers, oude platen van Crosby, Stills, Nash (& Young) en Neil Young zelf (vooral dan 'Harvest Moon'). Niet op Spotify, dus een joetjoepje:
25. Jason Isbell & 400 Unit - Here We Rest
Jason Isbell is zo'n typisch voorbeeld van een singer-songwriter die in het verkeerde tijdvak geboren is. Mochten zijn platen in dezelfde periode als de eerste platen van Lynyrd Skynyrd het licht gezien hebben, zou hij nu een rentenierende countryster-op-rust zijn. En over 'Here We Rest' zou zeker een aflevering gemaakt zijn in de reeks 'Classic Albums'. Minstens 15 miljoen exemplaren zou Isbell van 'Here We Rest' verkocht hebben, indien de plaat in pakweg 1975 was verschenen. Wereldhits zou hij gescoord hebben met aanstekelijke tunes als het weemoedige 'Alabama Pines', het op een mooie vioolmelodie wiegende 'Codeine' en de stevig uit de kluiten gewassen countryrocker 'Go It Alone'; instant classics die vandaag nog steeds in high rotation zouden gedraaid worden op alle classic rock- en mainstream radiostations voor of na pakweg 'Hotel California' van The Eagles. Maar helaas, anno 2011 moet Isbell het stellen met de status van cultartiest die zeer geliefd is bij dat kleine segment der muziekliefhebbers die vandaag houden van akoestische americana en zo nu en dan een scheut melodieuze, dampende Southern countrysoul. In ieder geval groeit Isbell per plaat als songschrijver en heeft hij dit jaar met 'Here We Rest' zijn oude makkers Patterson Hood en Mike Cooley van Drive-By Truckers op punten overtroffen in de discipline songwriting. Vandaar dat ik Isbell boven de Truckers plaats in mijn jaarlijst. Ga dat vooral eens horen op Spotify: Jason Isbell & The 400 Unit – Here We Rest
26. Robert Ellis - Photographs
Vorig jaar was er de van nostalgie doordrongen, prachtige retro country-plaat van Dylan LeBlanc en dit jaar mochten we in dezelfde categorie de al even wondermooie debuutplaat van Robert Ellis verwelkomen. En Ellis liet er in de song 'Comin' Home' geen misverstand over bestaan: daarin vermeldt hij meteen zijn grote voorbeelden Lefty Frizzell, Willie Nelson, Hank Williams en Townes Van Zandt. Pure country- en folk-invloeden dus; invloeden die hij netjes verdeelde over de twee helften van de plaat. Zo bevat kant A de door Townes Van Zandt beïnvloedde, ingetogen folksongs en schakelt hij op kant B een versnelling hoger middels pure honky tonksongs en authentieke, traditionele country tearjerkers. Wat mij betreft zijn beide kanten even mooi, maar ze tonen vooral aan dat Robert Ellis nog groeimarge heeft, op voorwaarde dat hij de toverformule vindt om beide invloeden in één song te integreren. Dit droomdebuut verraadt alvast dat Ellis minstens één of meerdere meesterwerken in zich heeft en dat we het beste nog moeten horen van hem. Maar tot zover is er alvast dit droomdebuut. Ook al niet op Spotify te vinden; dan maar een joetjoepje:
27. Deadman - Take Up Your Mat And Walk
Nog zo'n band die overduidelijk geïnspireerd werd door The Band is Deadman, wat mij betreft één van dé ontdekkingen van het jaar. Overigens herrijst deze band uit z'n as, want frontman Steven Collins blies Deadman nieuw leven in na de echtscheiding van z'n vrouw, die vroeger deel uitmaakte van de groep. Eerst was er in de zomer met 'Live At The Saxon Pub' een liveplaat die reikhalzend deed uitkijken naar het nieuwe studioalbum. Verwachtingen die compleet ingelost werden & beyond, want ook Deadman heeft dé ultieme americanaplaat trachten te maken en dat is hen aardig gelukt. Het openingstrio songs klinkt nog gewoontjes, maar dàn volgt vanaf het hemelse 'This Old World's Not Gonna Change' hét zwaartepunt van de plaat en doet Deadman je verstomd staan en treffen ze je midscheeps middels de ene hartverscheurend mooie americana parel na de andere. Manmanman, wàt een plaat, wàt een plaat... En gelukkig te beluisteren op Spotify: Deadman – Take Up Your Mat and Walk
28. Drive-By Truckers - Go-Go Boots
Yep, het zal ze leren, de Truckers, om Isbell uit de truck te schoppen na zijn breuk met bassiste Shonna Tucker. Als je het geluk hebt om drie evenwaardige songschrijvers in je groep te hebben, moet je zo'n godsgeschenk koesteren en ten volle benutten. Niet dat de Truckers matige, laat staan slechte platen maken sinds het vertrek van Isbell, integendeel. Maar je voelt toch dat het niet meer hetzelfde is zonder hem. Isbell z'n popsongs waren het bindmiddel tussen de zwaarmoedige, vurige countryrock songs van Patterson Hood enerzijds en de lichtere, losjes uit de pols geschudde folkier songs van Mike Cooley anderzijds. En vooral: Isbell zorgde voor memorabele melodieën en onweerstaanbare hooks; iets waar Hood en Cooley duidelijk op moeten zwoegen, terwijl ze er bij Isbell vanzelf uitrollen. Dat gebrek compenseren de Truckers nu al enkele platen door hun eerlijke, rauwe, soulvolle Southern Rock livegeluid ook op plaat over te brengen, een groove neer te zetten die nét niet het tsunami-alarm in werking zet en werk te maken van hun lyrics, die zich laten lezen als mooie en dikwijls aangrijpende kortverhalen Toch staat er op ieder Truckers-album nog altijd minstens één wereldsong en op 'Go-Go boots' is dat niet anders. 'Used To Be A Cop' is één van de allerbeste songs van het jaar en lijkt bovendien wel het vervolg op 'That Man I Shot' uit 'Brighter Than Creation's Dark' uit 2008. En met 'The Thanksgiving Filter' staat er deze keer zelfs een mooie alternatieve kerstsong op. Ga dat horen op Spotify: Drive-By Truckers – Go-Go Boots
29. The Band Of Heathens - Top Hat Crown & The Clapmaster's Son
Vorige maand bereikte me slecht nieuws van het Heathens-kamp: Colin Brooks, naast Gordy Quist en Ed Jurdi, de derde volwaardige singer én songwriter van de groep liet weten dat hij uit de groep stapt om andere muzikale horizonten te verkennen. Daarmee was hij eerder deze maand voor het laatst live te bewonderen met de groep tijdens hun concert op de traditionele jaarlijkse Christmas Party van het Duitse platenlabel Blue Rose. Driewerf helaas, want de samenwerking tussen de 3 songschrijvers werkte nu al 3 platen lang perfekt; chemie die ijzersterke songs opleverde en vooral op het podium voor vuurwerk zorgde. Wat dat betreft bevatte de laatste Heathens-plaat die in de vroege lente van dit jaar verscheen hun allerbeste songs tot nog toe, zodat 'Top Hat Crown & The Clapmaster's Son' gerust het voorlopige hoogtepunt van de groep mag genoemd worden. Op die manier bekeken, zou je kunnen zeggen dat Colin Brooks een moedige beslissing nam door ermee te kappen op het hoogtepunt, maar anderzijds is het toch wel doodzonde omdat je door jarenlang ploeteren samen iets hebt opgebouwd dat tot dit straffe hoogtepunt heeft geleid. En wie weet welke hoogtepunten er nog hadden kunnen voortvloeien uit de samenwerking tussen deze Drie Musketiers. Niets aan te doen; de toekomst zal wel uitwijzen wat er met de groep zal gebeuren. Laten we dus de mooie livemomenten die we mochten meemaken van de groep koesteren en tot aan onze dood genieten van de drie superieure alt.country platen die ze ons nalieten. En dus zeker van het dit jaar verschenen 'Top Hat Crown & The Clapmaster's Son' (een samentrekking van de Top Hat studio's waar ze de plaat opnamen en Clap Masterson, iemand die in de credits bedankt wordt voor 'vibes and spirits'); een plaat die je zomaar kunt beluisteren op Spotify: The Band Of Heathens – Top Hat Crown & The Clapmaster's Son
30. Joe Henry - Reverie
'The hardest working man in show business' gaat dezer dagen voor wel meerdere musici op, maar zeker ook voor Joe Henry. Toen hij de carrière van de inmiddels betreurde Solomon Burke nieuw leven inblies dankzij zijn uitmuntende werk als producer voor Burke z'n comebackplaat 'Don't Give Up On Me' werd hij een gerespecteerd, veelgevraagd producer. Naast dat producerswerk bleef hij echter zelf ook regelmatig nieuwe platen uitbrengen. Platen die de je tot luisteren dwingen, want de songs van Joe Henry geven hun geheimen pas mondjesmaat en na jaren van intense beluisteringen prijs. De platen van Joe Henry kan je dus niet zomaar meteen naar juiste waarde inschatten, waardoor je z'n platen altijd veel te laag in je jaarlijst zet. Maar daar kom je dus pas jaren later achter; Vandaar ook wellicht het misverstand dat Joe Henry altijd dezelfde plaat maakt; iets wat pertinent onjuist is. Vergelijk zijn nieuwe plaat 'Reverie' met het vorige 'Blood From Stars' en je hoort twee werelden van verschil: De vorige plaat kende een voller, breder geluid dankzij minitieus uitgewerkte arrangementen waar over nagedacht was, terwijl 'Reverie' meer live en dus rauwer en organischer klinkt. Op 'Reverie' heeft Joe Henry dan ook duidelijk hoorbaar 'het moment' van de eerste take willen behouden. Studioramen werden opengegooid, zodat ook de geluiden van het dagelijkse leven gevat en behouden werden op de opnameband. Het resultaat is dat 'Reverie' misschien wel de meest toegankelijke, want meest directe plaat is die Joe Henry ooit gemaakt heeft. 'Reverie' is daarom geen slaapverwekkende plaat, maar een droom van een plaat én het zoveelste meesterwerk op rij van Joe Henry. Ga dat horen op Spotify: Joe Henry – Reverie
21:04 Gepost door RoenHetZwoen in Eindejaarslijstje 2011 | Permalink | Commentaren (0) | Trackbacks (0) | Tags: americana, ry cooder, john hiatt, the gourds, levon helm, the band, sarah lee guthrie, johnny irion, vetiver, jason isbell, robert ellis, country music, deadman, drive-by truckers, patterson hood, mike cooley, the band of heathens, colin brooks, ed jurdi, gordy quist, joe henry, reverie, john lee hooker |
Facebook |
20-12-11
CD Top 50 van 2011 :: Moordenaars en Ander Ongedierte
31. Sarah Jarosz - Follow Me Down
Op facebook hield ik dit jaar een geluidsdagboek bij. De term audiodagboek of audio journal durfde ik niet te gebruiken uit vrees dat men er mij anders misschien zou van verdacht hebben illegale downloadlinks te delen. Bedoeling was om eindeljik eens te zien wat ik nu allemaal daadwerkelijk op één jaar tijd beluister. Zo merk ik dankzij deze dagboeken nu dat 'Follow Me Down' van Sarah Jarosz dé soundtrack was @ Roen's Ranch tijdens de zomermaanden. De mistroostige sfeer van de plaat paste dan ook bij het algemene sombere weerbeeld van de voorbije zomer. Ze is overigens nog maar 20, de uit Austin, Texas afkomstige Sarah Jarosz, maar ze klinkt alsof ze er al een hele muzikale carrière heeft opzitten. Niet verwonderlijk, want sinds haar kindertijd hanteert Jarosz al mandolines, banjo's en akoestische gitaren. Een echt natuurtalent dus, wat maakte dat ze op 12jarige leeftijd al opgemerkt werd door het rootswereldje en toen al het podium deelde met bluegrass icoon Ricky Skaggs. Haar debuutplaat werd 2 jaar geleden uitgebracht door het dezer dagen in bluegrass en aanverwante akoestische muziek gespecialiseerde Sugar Hill en in de lente van dit jaar verscheen dus deze wonderlijke, tijdloos klinkende opvolger, waarop Jarosz geruggensteund wordt door een sterrencast aan alom tegenwoordige americana musici als Darrell Scott, Viktor Krauss, Béla Fleck, Shannon Forrest, Jerry Douglas, Stuart Duncan en Chris Thile. Daarnaast doen er ook opmerkelijke gastvocalisten mee zoals Shawn Colvin in de hypnotiserende openingstrack 'Run Away' en countryster Vince Gill in een bloedmooie Bob Dylan-cover van 'Ring Them Bells'. Maar het opmerkelijkste duet is ongetwijfeld de verrassende Radiohead-cover 'The Tourist' met Chris Thile, dat wat mij betreft in dit bluegrass jasje veel mooier klinkt dan het origineel. Door de traditie met eigen inzichten te injecteren, zorgt een jonge virtuoze als Sarah Jarosz ervoor dat bluegrass ook in de 21ste eeuw nog levensvatbaar is. Hier te beluisteren op Spotify: Sarah Jarosz – Follow Me Down
32. Ana Egge - Bad Blood
Een concert waar ik enorm naar uitgekeken had, was het concert van Ana Egge in de kapel van Roepaen in Ottersum tijdens het Roepaen Festival 2011. Ik zag haar voor het eerst live 2 jaar geleden in diezelfde kapel tijdens de editie 2009 van datzelfde festival. Vanwege dat mooie concert verwachtte ik dat Ana Egge nog groeimarge had. Verwachtingen die aanvankelijk ingelost werden toen haar nieuwe plaat 'Bad Blood' in het vroege voorjaar van 2011 verscheen. Maar helaas: Ana Egge haar tweede passage in de kapel van Roepaen viel enorm tegen. Ze leek nog maar een schim van de zelfverzekerde, innemende dame die twee jaar geleden de hele kapel muisstil kreeg en in vervoering bracht. Aan het nieuwe songmateriaal kan het alvast niet gelegen hebben, want dankzij de medewerking van producer Steve Earle en diens eega Allison Moorer op een aantal tracks is 'Bad Blood' haar beste plaat, die ze nog moeilijk zal kunnen evenaren laat staan overtreffen, vrees ik. Of ben ik nu te negatief vanwege dat matige concert? Achja, misschien had ze deze keer gewoon een slechte dag. Tenslotte is een concert slechts een momentopname en bovendien ben je als artiest van zoveel verschillende factoren afhankelijk die je niet allemaal in de hand hebt. In ieder geval schrijf ik Ana Egge dankzij haar prachtige nieuwe plaat 'Bad Blood' alleszins nog niet af. Hier te beluisteren op Spotify: Ana Egge – Bad Blood
33. Anna Coogan - The Wasted Ocean
Dan was het concert van die andere Anna op het Roepaenfestival 2011 stukken beter en overtuigender. Anna Coogan mocht kort na de middag als eerste aantreden in de sfeervolle Night Club van Roepaen en legde de lat meteen zeer hoog voor de rest van de optredende artiesten. Achteraf bekeken deden enkel Israel Nash Gripka en Christian Kjellvander beter. Na haar concert kocht ik meteen mooie Anna haar beide cd's: het nieuwe 'The Wasted Ocean' en het vorig jaar verschenen 'The Nocturnal Among us'. Die laatstgenoemde cd werd me overigens vorig jaar, toen ik voor Rootstime schreef, aangeboden om een recensie over te schrijven, maar ik gaf de cd toen na één beluistering meteen weer terug aan de Rootstime Chief. Van een onvergeeflijke stommiteit gesproken. Maar dikwijls helpt het om een artiest live te zien om de muziek te leren appreciëren. Het live-aspect voegt meestal een extra dimensie toe en dat was met de muziek van Anna Coogan niet anders. De frêle zangeres overrompelde met haar ingetogen, verhalende folkliedjes en eigenlijk wist ze haar live aanpak beter te vatten op deze nieuwe, bedwelmend mooie plaat 'The Wasted Ocean', die jammer genoeg niet te beluisteren valt op Spotify. Een filmpje dan maar:
34. Bonnie 'Prince' Billy - Wolfroy Goes To Town
Lang niet alles van Will Oldham vind ik per definitie goed. Wat mij betreft is 'Wolfroy Goes To Town' zijn mooiste werkstuk sinds 'The Letting Go' uit 2006. Alles wat in tussentijd verscheen, en dat is bepaald niet weinig, had wel z'n momenten, maar klonk vooral erg onsamenhangend of zelfs ronduit irritant en inspiratieloos. Maar als Will Oldham voldoende focus tijdens het opnameproces van een plaat behoudt, klinkt het resultaat niet minder dan indrukwekkend. En met 'Wolfroy Goes To Town' is het nog eens prijs. In al z'n verstilde pracht klinkt de plaat groots en, voor wie goed luistert, zelfs oorverdovend luid. Jammer genoeg valt te plaat niet te spotifaaien, maar gelukkig is er dan nog steeds joetjoep:
35. Bill Callahan - Apocalypse
Je hebt zo van die artiesten, wiens muzikale exploten je normaal gezien zouden moeten liggen, maar waarmee het om één of andere duistere reden maar niet wil klikken. Meestal komt die klik er nooit, maar soms, net wanneer je het niet meer verwacht, gebeurt het dat er een plaat van zo'n artiest verschijnt die eindelijk de sleutel aanreikt om tot z'n muzikale universum door te dringen. In het geval van Bill Callahan heeft het maar liefst 'n kleine 20 jaar en bijna evenveel platen geduurd eer die sleutelplaat er kwam voor mij. Eindelijk hoor ik nu dankzij 'Apocalypse' wat anderen altijd al gehoord hebben in de magische muziek van Callahan, waardoor z'n oude Smog platen zich pas sinds dit jaar openbaarden. 'Apocalypse' valt vreemd genoeg niet te beluisteren via Spotify; dan maar een clipje van dé song die de deur opende:
36. Kurt Vile - Smoke Ring For My Halo
Humo omschrijft Kurt Vile in hun jaarlijst van 2011 als een 'workaholic'. Dat zou je hem nochtans niet nageven als je hem op de hoesfoto's van deze plaat ziet en z'n luie gitaarmuziek hoort. Hij ziet eruit als een slungel; een typische, verveelde slacker en zo klinkt z'n zeurderige zangstem ook: als iemand die minstens 15 jaar te laat komt om tot de slackergeneratie te behoren. Toch heeft z'n dromerige, luie, haast verveeld klinkende gitaarmuziek iets aantrekkelijks, waardoor de melodieën al na één luisterbeurt blijven hangen en je de plaat blijft draaien. Bij voorkeur 's nachts als de fles leeg en het gemoed vol is. Hier te beluisteren op Spotify: Kurt Vile – Smoke Ring For My Halo
37. J Mascis - Several Shades Of Why
Grijze gitaarheld J Mascis maakt na 18 jaar een comeback van formaat in mijn jaarlijst. Geen overstuurde gitaarherrie dit keer, maar een mooie, ingetogen plaat waarop Mascis versterking krijgt van ondermeer de jonge gitaarheld Kurt Vile en Pall Jenkins, frontman van The Black Heart Procession. Dankzij het stemmige karakter vande plaat komt de melodieuze pracht van Masics z'n liedjes beter dan ooit uit de verf, waardoor Mascis voor het eerst in 18 jaar eindelijk nog eens een écht memorabele, tijdloze plaat afleverde. Hier te beluisteren op Spotify: J Mascis – Several Shades of Why
38. The Monotrol Kid - What About The Finches
Ontdekt dankzij facebookvriend en musicoloog Camiel Delclef. 'What About The Finches' is de tweede en daarme meteen de hoogst genoteerde Belgische plaat in mijn top 50 en dat is niet meer dan terecht. Vanaf openingstrack 'Greenville' bracht The Monotrol Kid meteen herinneringen naar boven uit de grauwe, grijze jaren '90, toen ik op m'n zolderkamer donkere, romantische gitaarplaten als 'Fuzzy' van Grant Lee Buffalo, 'Whiskey For The Holy Ghost' van Mark Lanegan en 'About To Choke' van Vic Chesnutt grijs draaide; het soort sfeervolle platen dat het best gedijt bij kaarslicht als de dagen beginnen te korten. In dat illustere rijtje hoort nu ook 'What About The Finches'; een klein Belgisch meesterwerkje dat ik me zal herinneren als dé soundtrack bij de herfst van 2011. Liefhebbers van Belgische muziek zouden deze plaat beslist eens moeten gaan ontdekken, want er is in dit land méér dan dEUS, Selah Sue en Milow. Hier via Spotify, bijvoorbeeld: The Monotrol Kid – What About The Finches
39. Declan De Barra - Fragments, footprints & the Forgotten

Ontdekt dankzij facebook-vriend Piet Vercaempst zijn verslag voor Rootstime over het concert van Declan De Barra in de 4AD in Diksmuide, al dien ik er eerlijkheidshalve bij te vermelden dat ik vooral geïntrigeerd raakte door het zien van de hoes op Spotify; een vlag die de lading compleet dekt overigens. De Ierse singer-songwriter Declan De Barra grossiert op dit derde soloalbum dan ook in aardedonkere, afgekloven folksongs waarin middels het gecreëerde geheimzinnige sfeertje de onrustige geesten van overledenen ronddwalen. De Barra zorgt zodoende voor dé ultieme soundtrack op oude, verlaten kerkhoven waarvan de verzakte grafzerken uitsluitend bevolkt worden door overleden moordenaars en ander ongedierte. Het soort platen dus waarop ook Steve Von Till een patent heeft. Net als Von Till beschikt ook De Barra over het soort angstwekkende, indringende stem, waarmee je onschuldige kindjes de stuipen op het lijf jaagt, al zingt De Barra in tegenstelling tot Von Till niet de hele tijd met een monotone, diepe grom, zodat deze plaat van De Barra minder zwaar op de hand ligt dan de platen van Von Till. Nachtplaat van het jaar en hier te beluisteren op Spotify: Declan de Barra – Fragments, Footprints & the Forgotten
40. Laura Marling - A Creature I Don't Know
Wat valt er nog te zeggen over Laura Marling? Zelf viel ik nu pas, met deze derde plaat, voor de muzikale charmes van Marling. 'A Creature I Don't Know' klinkt dan ook als een evenwichtig, coherent, zorgvuldig uitgewerkt, écht Album in tegenstelling tot haar beide vorige platen, die eerder aanvoelden als compilaties met losse songs; een euvel waardoor ik die platen maar matig kon appreciëren. Bovendien is Marling duidelijk gegroeid als songschrijfster; de songs klinken voor het eerst niét alsof ze tot de mp3-generatie behoort, maar eerder tijdloos en betoverend. Voor wie de plaat nog niet gehoord heeft: Spotify is uw vriend: Laura Marling – A Creature I Don't Know
23:42 Gepost door RoenHetZwoen in Eindejaarslijstje 2011 | Permalink | Commentaren (1) | Trackbacks (0) | Tags: sarah jarosz, ana egge, anna coogan, bonnie prince billy, will oldham, bill callahan, smog, kurt vile, j mascis, the monotrol kid, declan de barra, moordenaar, laura marling, singer-songwriter, americana |
Facebook |
CD Top 50 van 2011 :: Johnny Ace Is Dead
41. Alison Krauss & Union Station - Paper Airplane
Ergens had ik gehoopt dat Alison Krauss inspiratie zou geput hebben uit haar samenwerking met Robert Plant en T Bone Burnett op 'Raising Sand' uit 2007 en dat ze die ingeslagen weg zou blijven bewandelen met haar solocarrière. Helaas. Alison Krauss haar nieuwe plaat met haar vaste begeleidingsband Union Station klinkt als een plaat van Alison Krauss & Union Station. Alsof er geen 7 jaar voorbij zijn gegaan sinds de vorige studioplaat 'Lonely Runs Both Ways' uit 2004. Maar: de plaat straalt dankzij het melancholische karakter een soort magische aantrekkingskracht uit, waardoor ik ze het hele jaar door bleef draaien en er op den duur ging van houden. Uiteraard klinkt dit soort glad gepolijste contemporaine bluegrass voor de moderne Europese muziekoren veel te saai, maar toch: als de songs goed zijn, dan zijn ze goed. En deze keer zijn de songs zelfs uitstekend, waardoor Alison Krauss & Union Station voor het eerst mijn jaarlijst halen. Zo moet de titeltrack zeker niet onderdoen voor de Richard Thompson-cover 'Dimming Of The Day', waarop Alison Krauss wat mij betreft een mooiere zangprestatie neerzet dan Linda Thompson destijds. Ga dat zelf maar eens constateren op Spotify: Alison Krauss & Union Station – Paper Airplane
42. Diana Jones - High Atmosphere
Iets minder straf dan haar vorige plaat 'Better Times Will Come', maar dan nog weet Diana Jones met haar tot de verbeelding sprekende Appalachian folksongs te betoveren. Een hoogtepunt zoals 'Henry Russell's Last Words' op haar vorige plaat is er deze keer niet, maar Diana Jones haalt een constant hoog niveau zodat de plaat ook nooit een minder moment kent. De openingstrack is meteen ook de titeltrack en die zet meteen de sombere, spookachtige toon voor de rest van het album. Beluister het hier op Spotify: Diana Jones – High Atmosphere
43. Malcolm Holcombe - To Drink The Rain
Iets minder straf dan zijn vorige plaat 'For The Mission Baby', maar een iets minder straffe Malcolm Holcombe is nog altijd straf genoeg om een plaats op te eisen in mijn jaarlijst. Prijsbeesten genoeg immers op dit album, met prachtige melodieuze melancholiedjes als 'Mountains Of Home', 'Down In The Woods', en vooral het aan zijn echtgenote opgedragen, ontroerende 'Becky's Blessed (Backporch Flowers)'. De bijtende Malcolm Holcombe komt dit keer jammer genoeg iets minder aan bod, maar hoed u toch maar voor de enkele keren dat hij het wél ouderwets snauwt zoals in het titelnummer en 'Where I don't Belong'. In ieder geval: Malcolm Holcombe stelt nooit teleur; niet op plaat en al zeker niet op het podium. Zo was zijn derde opeenvolgende passage in Toogenblik in maart alweer één om nooit meer te vergeten. Zelfs als hij z'n meegereisde lapsteelgitarist voor enkele songs in de spotlights wilde zetten, trok hij nog alle aandacht naar zich toe, gewoon door als een oude opa de hele tijd op z'n stoel te zitten schommelen, ergens achteraan in een hoekje van het podium. Het blijft een fenomeen Malcolm Holcombe dat je zeker eens live moét meegemaakt hebben. Z'n plaat is zelfs op Spotify te beluisteren: Malcolm Holcombe – To Drink the Rain
44. Bruno Deneckere - Walking On Water
Ik heb dit jaar geen enkel concert gezien van Bruno Deneckere, voorwaar een hele prestatie (waar ik overigens niet fier op ben). Maar dit geheel terzijde, want ook zonder de live-ervaring wist Bruno Deneckere me te overtuigen met z'n nieuwe plaat. Voor 'Walking On Water' pakte Bruno het anders aan dan op z'n vorige, uitgepuurde plaat 'Someday'. Bruno zag het groots deze keer en dus is de muzikantenlijst iets uitgebreider dan we doorgaans gewoon zijn van z'n platen. Naast ouwe getrouwen als Nils De Caster en Yves Meersschaert bevat de waslijst medewerkers namen als Derek, BJ Scott, Patrick Riguelle en Johan Verminnen die als backing vocalisten een gospelkoortje vormen en de meeste songs met een flinke scheut gospel injecteren. Schitterende plaat dus alweer van Bruno, maar toch klinkt 'Walking On Water' eerder wat gewoontjes in vergelijking met z'n meesterwerken 'Someday' en 'Crescent Of The Moon'. Maar een 'gewone' plaat van Bruno is nog altijd goed voor een plaats in mijn jaarlijst. Dat kan dan weer niet gezegd worden van de laatste dEUS-plaat en ook de nieuwe platen van The Bony King Of Nowhere en Amatorski haalden mijn jaarlijst niet. Slechts één Belgische plaat doet het beter dan Bruno, maar dat zie je in één van de volgende delen van m'n jaarlijst. Jammer genoeg valt de plaat niet te spotifaaien, maar gelukkig maakte Bruno een mooie clip voor de single 'By And By', dat meteen een goed algemeen beeld van de hele plaat schetst.
45. Louis Johnson - Old Friend
Nog een plaat die niet op Spotify valt te beluisteren. Jammer, want deze Louis Johnson is één van mijn mooiste ontdekkingen van het jaar. Niet zelf ontdekt overigens, maar dankzij Rein Van den Berg van Johnny's Garden die terecht laaiend enthousiast was over dit kleine meesterwerkje van deze fantastische singer-songwriter. Ik verwijs u dan ook graag door naar zijn recensie over dit album, want die zegt het helemaal.
46. Tom Russell - Mesabi
Machtige Americanaplaat, maar met 15 songs en +60 minuten te langdradig om van een echt meesterwerk te spreken. Sommige songs, zoals 'Farewell Never Neverland', de ragtime 'The Lonesome Death Of Ukulele Ike' en de countrysleper 'Heart Within A Heart' klinken gewoon té oubollig en mochten gerust geschrapt worden. Overigens is dit album één langgerekte hommage aan Bob Dylan en andere oude al dan niet overleden (film)helden van Russell. De titel van de plaat windt er wat dat betreft alvast geen doekjes om: Mesabi is een gebied in de Amerikaanse staat Minnesota waartoe ook Duluth, de geboorteplaats van Bob Dylan, behoort. Het titelnummer handelt dan ook over de tiener Bob Dylan die voor het eerst geconfronteerd wordt met country music, latin music, blues, cajun, etc. via de Mexicaanse piratenzenders die destijds uitzonden vanuit de border towns. Geen wonder dus, dat Russell de hele plaat lang een Mexicaans sfeertje creëert dankzij de hulp van onder andere Calexico.Vooral de typische langgerekte trompetklanken van Calexico trompettist Jacob Valenzuela zijn prominent aanwezig over de hele plaatlengte. Als ultiem eerbetoon aan z'n held waagt Tom Russell zich met de hulp van Lucinda Williams aan een cover van Dylans 'A Hard Rain's A-Gonna Fall' en hij komt er nog bijzonder goed mee weg ook. Wat mij betreft is het de meest geslaagde Dylan-cover sinds Buddy Miller z'n versie van 'God On Our Side'. Voor wie een definitie nodig heeft van 'Americana': beluister 'Mesabi' op Spotify: Tom Russell – Mesabi
47. Blackie & The Rodeo Kings - Kings & Queens
Blackie & The Rodeo Kings is geen foute line dance-groep of redneckgroep, maar een Canadese supergroep bestaande uit de drie singer-songwriters Tom Wilson (in de jaren '90 bekend als frontman van Junkhouse), Colin Linden en Stephen Fearing. 'Kings & Queens' is al hun zesde studioplaat, maar de 5 vorige platen waren jammer genoeg aan mijn aandacht ontsnapt. Een bijzondere plaat overigens, deze 'Kings & Queens', omdat de plaat louter uit duetten met Bekend Vrouwvolk bestaat. Uiteraard mag de obligatoire Emmylou Harris dan niet ontbreken en dat is hier niet anders: zij mag samen met Colin Linden de Willie P. Bennett-ballad 'Step away' een eind weg croonen. Haar interpretatie van deze song is overigens meteen stukken beter dan alle songs op haar eigen nieuwe plaat 'Hard Bargain' samen. Een ander hoogtepunt is het door Colin Linden en Ron Sexsmith geschreven, swingende 'Got You Covered', waarop Rosanne Cash de queen van dienst is. Maar de echte outstanding tracks hier zijn 'My Town Has Moved Away', het soort ontroerende song dat Pam Tillis op het fraaie lijf geschreven is; de aanstekelijke countryswing 'Heart A Mine' met niemand minder dan Mary Margaret O'Hara die de laatste 10 jaar wel van de aardbol verdwenen leek en vooral het opmerkelijke rockabilly-nummer 'Made Of Love', waarin Tom Wilson in duet gaat met punkster Exene Cervenka. Voor de volledigheid: Lucinda Williams, Sara Watkins, Amy Helm, Cassandra Wilson, Patti Scialfa, Janiva Magness, Holly Cole, Sam Phillips en Serena Ryder zijn de overige queens die Blackie & The Rodeo Kings wisten te strikken voor dit project. Te beluisteren op Spotify: Blackie and the Rodeo Kings – Kings and Queens
48. Lucinda Williams - Blessed
'Blessed' is in alle opzichten een verbeterde versie van Lucinda Williams haar teleurstellende vorige plaat, het ronduit zwakke 'Little Honey'. Producer Don Was gaf Williams haar rauwe sound terug die ze op haar vorige plaat had verruild voor een gladde, radiovriendelijke variant. Maar nu mogen de ferm uit de kluiten gewassen gitaren opnieuw loeien als vanouds, laat Lucinda haar Southern accent weer drawlen dat het een lieve lust is en zet de ritmesectie een groove neer van heb ik jou daar. Het resultaat is de beste Lucinda Williams-plaat sinds 'World Without Tears' uit 2003. Maar wat de plaat écht bijzonder maakt, waardoor ze een plaats kreeg in mijn top 50 is de toevoeging van de bonus disc 'The Kitchen Tapes'; een titel die je letterlijk mag nemen, want hierop staan de demo's van de songs die Williams had opgenomen aan haar, juist ja, keukentafel. En hoera, want die bonus disc valt gelukkig ook te belusiteren op Spotify: Lucinda Williams – Blessed
49. North Mississippi Allstars - Keys To The Kingdom

Dankzij de dood van hun vader, de legendarische producer Jim Dickinson, hebben Cody & Luther Dickinson met 'Keys To The Kingdom' de beste North Mississippi Allstars-plaat tot dusver gemaakt. "Produced for Jim Dickinson" staat er op de hoes en dat is eraan te horen. De plaat klinkt dan ook als een soort tribute aan hun vader: voor het eerst verruilden de broers hun blikkerige sound voor de kurdroge, rauwe, afgekloven sound van hun vader; een sound die dicht aanleunt bij die van The Black Crowes, die eerder dit jaar definitief de handdoek in de ring wierpen. Ook qua songwriting leverden Cody & Luther Dickinson hun beste werk tot nog toe af, wat maakt dat hun eigen songs niet eens hoeven onder te doen voor hun versie van de Dylan-classic 'Stuck Inside Of Mobile With The Memphis Blues Again'. Een uitmuntende versie, jazeker, maar het is toch vooral met hun eigen songs dat de broers Dickinson hoge ogen scoren. Niet in het minst dankzij de medewerking van enkele opmerkelijke gasten. Zo zingt Mavis Staples de gospelblues 'The Meeting' de eeuwigheid in, klieft Ry Cooder met z'n wonderlijk slidegitaarspel doorheen 'Ain't No Grave' en is Alvin Youngblood Hart de Steve Harpo van dienst. Maar de stille kracht is misschien wel Spooner Oldham die met z'n opvallend onopvallende pianospel gedurende vrijwel de hele plaat het nodige bindmiddel toevoegt. Hier te spotifaaien: North Mississippi Allstars – Keys To The Kingdom
50. Dave Alvin - Eleven Eleven

'Johnny Ace Is Dead' zingt Dave Alvin op z'n twaalfde studioalbum 'Eleven Eleven'. En inderdaad, op Kerstdag zal het precies 57 jaar geleden zijn dat het toen 25jarige R&B-talent Johnny Ace zichzelf een kogel door het hoofd joeg tijdens een uit de hand gelopen spelletje Russische roulette. Dave Alvin vertelt het hele voorval in deze dampende R&B-stamper dat dé killertrack van 'Eleven Eleven' is. Niet dat de rest ondermaats is overigens, integendeel. Alvin houdt de hele plaat lang een hoog niveau vast, wat maakt dat 'Eleven Eleven' zijn beste soloplaat ooit geworden is én daarmee in één moeite zijn beste sinds The Blasters, zijn legendarische groep met z'n broer Phil Alvin. Niet toevallig gaat laatstgenoemde in duet met z'n broer in twee andere onweerstaanbare tracks; de smerige R&B-stamper 'What's Up With Your Brother' en in het afsluitende 'Two Lucky Bums'. De hernieuwde samenwerking met z'n broer én de medewerking van een topcast musici als de inmiddels betreurde Chris Gaffney, Don Heffington, Greg Leisz, Rick Shea en Gene Taylor heeft Dave Alvin tot een topprestatie gedwongen, want op 'Eleven Eleven' staat geen enkele overbodige song. Ga dat horen op Spotify: Dave Alvin – Eleven Eleven
03:30 Gepost door RoenHetZwoen in Eindejaarslijstje 2011 | Permalink | Commentaren (0) | Trackbacks (0) | Tags: eindejaarslijstje, 2011, best albums of 2011, top 50, cd, alison krauss, diana jones, malcolm holcombe, bruno deneckere, louis johnson, tom russell, blackie & the rodeo kings, colin linden, stephen fearing, tom wilson, don was, lucinda williams, the north mississippi allstars, jim dickinson, cody dickinson, luther dickinson, dave alvin, phil alvin, the blasters |
Facebook |


























































