Reviews

  • Print

    Dank U God voor Fleet Foxes

    03 Fleet Foxes
     

    ‘Chrome dreams II’, ‘American V: A hundred highways’, ‘Prairie wind’, ‘Bubblegum’ en ‘Strings of the storm’ waren wat mij betreft de platen die het voorbije lustrum met kop en schouders boven de rest van het muzikale deelnemersveld uittorenden. Omdat ze iets met me deden. Elk op hun eigen manier. ‘Chrome dreams II’ en ’Prairie wind’ herinnerden me eraan waarom ik ooit een fan geworden was van Neil Young. Iets wat zijn platen daarvoor sinds ’Mirror ball’ niet meer gekund hadden. ‘American V: a hundred highways’ bood in 2006 meer weerwerk dan mijn kalmeerpillen waardoor Johnny Cash er vanuit het hiernamaals voor zorgde dat ik vandaag nog in leven ben. Met ‘Bubblegum’ plantte Mark Lanegan in 2004 13 jaar na ’Nevermind’ en ’Ten’ eindelijk nog eens een Mijlpaal in de Rockgeschiedenis. De song ‘Driving death valley blues’ is vandaag nog steeds de ‘Highway to hell’ voor de 21ste eeuw. En met ‘Strings of the storm’ zorgde Elliott Murphy ervoor dat ik af en toe nog eens buiten mijn ranch kom, want zijn concerten brengen me telkens in een andere, betere wereld. Ook met ‘All I intended to be’ van Emmylou Harris verscheen er dit jaar al een dergelijke grote plaat en ik dacht dat 2008 daarmee zijn grote plaat te pakken had. Al wat nog zou volgen zou slechts aanvulling zijn. Klaar.

    Totdat ik een paar weken geleden de ‘Sun giant’ EP en ‘Fleet Foxes’ van Fleet Foxes kocht. Ik wilde ze aanvankelijk uit onverschilligheid vanwege het hoge hype gehalte niet eens kopen, maar gelukkig was mijn koopkracht nog net groot genoeg om beide cd’s er die week toch ook maar bij te pakken. Ik kocht ze haast uit medelijden. Niet tegenover de groep maar tegenover de muziekpolitie. Een houding die vanaf de eerste beluistering meteen transformeerde in verbazing. Verbazing sloeg om in verwondering. Ik voelde meteen dat hier iets bijzonders aan de hand was, maar ik weigerde het aanvankelijk te geloven. Ik besloot mijn instinct en mijn gevoel niét te volgen en zette de beide cd’s op een veilige derde plaats in mijn halfjaarlijstje van 2008. Mijn hart wilde ze meteen op de eerste plaats zetten, maar mijn verstand was bang dat ik niet serieus genomen zou worden. Ik had de platen tenslotte nog maar net gekocht. Dat prille enthousiasme zou wel overwaaien, vertelde mijn verstand. Dit was ongetwijfeld opnieuw een hoopje gebakken lucht waarvan de geurhinder niet te harden zou zijn van zodra ik het dunne bovenlaagje zou afgeschraapt hebben.

    Inmiddels sta ik ettelijke beluisteringen verder en er gaat geen dag meer voorbij zonder minstens 5 beluisteringen van beide cd’s. Niet omdat ik zelfkastijding leuk vind of SM my cup of tea is. Nee, de echte reden is dat ik niet meer zonder de plaatjes van Fleet Foxes kán. Fleet Foxes zijn, nu tenminste nog, ongerept, puur natuurtalent en hun beide cd’s zijn vers uit een goudmijn gehakte onbewerkte goudklompjes. Natuurlijk heeft de groep ze niet uit onontgonnen terrein gekapt. Ze hebben verder gezocht in de mijngangen waar in het verleden al tientallen andere Groten hen voorgingen en waarvan men ten onrechte dacht dat alles er al lang uit weg geroofd was. Het maakt in ieder geval dat ik bij Fleet Foxes telkens een onophoudelijke klankenstroom uit de Rockgeschiedenis hoor voorbij kabbelen. Fleet Foxes heeft wat mij betreft in de eerste plaats de magie van de akoestische en dus mysterieuze kant van Led Zeppelin weten te vangen. En de verschillende muzikale wendingen hebben ze van… ja, van zovéél eigelijk. Ik dacht al aan The Strawbs, Lindisfarne (The fog on the Tyne is all mine nog aan toe!), Buffalo Springfield, Spyro Gyra en zelfs Joey heeft wellicht gelijk door Fairport Convention te vernoemen. Ach, het maakt allemaal niet uit. Fleet Foxes behandelt de rockgeschiedenis tenminste respectvol door aan het aloude recept een eigen ingrediënt toe te voegen dankzij hun jeugdige enthousiasme en creativiteit.

    Maar bovenal herken ik in frontman Robin Pecknold dezelfde gemeende, hartstochtelijke passie als bij Kurt Cobain. In tegenstelling tot Cobain schreeuwt Pecknold zijn demonen echter niét uit zijn lijf. Nee, hij bedwelmt ze met zijn feeërieke engelengezang, maar doet dat wél op dezelfde passionele, intense wijze als Cobain destijds. Zijn kompanen harmoniëren dikwijls met hem mee waardoor alle 7 hemelen tegelijk bereikt worden waar ze dan weer The Byrds en ander hemels zingend gevogelte als Buffalo Springfield, Crosby, Stills, Nash & Young en zelfs The Zombies tegemoet vliegen. Ze hebben er zelfs een nest gebouwd met jong vrouwelijk schoon als The Be Good Tanyas, Tres Chicas en The Wailin’ Jennys. Beluister die laatste groep hun ‘40 days’ cd en je begrijpt meteen wat ik bedoel. Soms psalmodiëren ze, zoals in ‘Sun giant’ of ‘Sun it rises’, maar altijd en bovenal masseren en zalven ze mijn getormenteerde ziel. Fleet Foxes heeft daarom definitief een plaats in mijn hart veroverd met hun ‘Sun giant‘ EP en hun titelloze volwaardige debuutplaat die op z’n minst met het grootse ’Mykonos’, de kampvuurhymne ’White winter hymnal’, het máchtig mooie ’Tiger mountain peasant song’, het mysterieuze tweeluik ’Heard them stirring’ en ’Meadowlarks’, het dromerige ’Blue ridge mountains’ en het adembenemende ’Oliver James’ de allermooiste songs van het jaar en zelfs van vele voorbije jaren bevatten. Klassieke, tijdloze songs zijn het. Stuk voor stuk. En je kan sommigen daarvan zomaar gaan beluisteren op hun MySpace. Laat het alweer geen parels voor de zwijnen zijn!

    Zelfs al worden hun volgende platen ongetwijfeld bezoedeld door de inbreng van een grote platenmaatschappij en bijgevolg alle mogelijk denkbare hotshots; ’Fleet Foxes’ en de ’Sun giant’ EP nemen ze me nooit meer af. Gedurende één uur doet Fleet Foxes me met deze beide cd’s weer geloven in een betere wereld dankzij de magische en mystieke kracht van hun bedwelmende folkrock. Of hoe rust, kalmte en eenvoud dikwijls meer kunnen imponeren dan (on)gecontroleerd lawaai of geforceerde, gekunstelde, zielloze gecreëerde moderne new age muzak als op de laatste Coldplay. Maar wat nu met mijn halfjaarlijstje van 2008? Waardeloos? Mag het na een goeie week alweer in de prullenmand gegooid worden? Ach, Emmylou Harris verdient wat mij betreft gerust de titel ‘Plaat van het jaar’. Fleet Foxes gaat immers voor meer: Fleet Foxes gaat met ’Fleet foxes + Sun Giant’ voor Plaat van de Eeuw en voor een plaatsje in tijdloze albumlijstjes. Maar Fleet Foxes is bovenal een Godswonder.