Print

Album Top 50 van 2017 Deel 5

10. Tori Amos :: Native Invader

08.JPG

Ik ben Tori Amos in geen enkel jaarlijstje tegengekomen. Nochtans heeft ze met ‘Native invader’ misschien wel de beste en mooiste plaat uit haar carrière gemaakt. Haar meest coherente plaat ook, want ondanks de ruim 70 minuten speelduur houdt Tori haar focus de hele tijd vast en is ‘Native invader’ vanwege het ijzersterke, compacte songmateriaal voor je het goed en wel beseft alweer afgelopen. Op de meeste songs overschouwt Tori met subtiele blik het braakland na de Amerikaanse presidentsverkiezingen van vorig jaar, maar dé hoogtepunten zijn de ronduit bloedmooie hymnes ‘Reindeer king’ en ‘Mary’s eyes’; liederen die Tori schreef voor haar oude moedertje die begin dit jaar een herseninfarct kreeg en sindsdien niet meer kan praten. Zij die Tori al lang opgegeven hadden, moeten haar ‘Native invader’ beslist eens spotifaaien ofzo; het is de voorlopige climax van een reeks uitstekende albums (Night of hunters, Gold dust, Unrepentant geraldines) die Tori dit decennium al afleverde

 

9. Melanie De Biasio :: Lilies

07.JPG

Het duurt altijd even, maar uiteindelijk is er geen ontkomen aan en bezwijk ik telkens voor de bedwelmende minimalistische vocale jazz-liederen van onze mooie Melanie. Plaat van internationale klasse en dus dé Belgische plaat van het jaar.

 

8. Rhiannon Giddens :: Freedom Highway

09.JPG

Na een geweldige reeks concerten in het begin van het jaar van Conor Oberst, Ed Harcourt, Andy Shauf, Israel Nash Gripka en Strand Of Oaks werd ik plots bevangen door angst. Paranoia weerhield me ervan om naar het concert van de betoverend mooie americana-prinses Rhiannon Giddens in de AB club te gaan. En dat dat doodjammer is. Hallucinant eigenlijk, dat Rhiannon Giddens nog altijd tevreden moet zijn met een boeking in dergelijke kleine zaaltjes. Rhiannon zou net als Adele al lang grote arena’s moeten vullen. Heelder volksstammen zouden al lang aan haar voeten moeten liggen uit ontzag voor haar klok van een stem en haar betoverend mooie country-folk liederen. Van haar nieuwe plaat ‘Freedom highway’ zouden ondertussen al minstens 10 miljoen exemplaren verkocht moeten zijn. Ach ja, Rhiannon heeft ook stomweg deze tijd tegen. Een tijd waarin onverschilligheid voor pure schoonheid zoals deze plaat regeert. Zucht. Diepe zucht.  

 

7. PP Arnold :: The Turning Tide

06.JPG

Ontdekt dankzij Leo Blokhuis die dit album onder de aandacht bracht tijdens het jaarlijkse  tv-programma ‘Nacht van de popmuziek’. PP Arnold kende ik alleen van haar ene wereldhit ‘The first cut is the deepest’, die wel op meerdere oude soul-verzamelaars in mijn collectie te vinden is. Verder leert het internet me dat PP in de jaren ‘60 een Ikette was in de band van Ike & Tina Turner en dat ze dankzij The Rolling Stones haar debuutplaat ‘The first lady of Immediate’ (die bovenvermelde wereldhit bevat) voor het Immediate platenlabel mocht opnemen. Daarna kwam er nog een album in 1970 en nog eentje in 1986 en vervolgens niets meer. En dit jaar verscheen dan, ruim 35 jaar na de opnames, ‘The turning tide’. Al die tijd waren de opnames voor ‘The turning tide’ in meerdere stoffige en / of vochtige archieven blijven liggen. In de liner notes bij de plaat vertelt PP Arnold dat het haar heel wat tijd en energie heeft gekost om haar eigen opnames terug te vinden en te kunnen uitbrengen. Die liner notes lezen als het hallucinante, droevige verhaal van een beloftevolle grote carrière, die zoals zo vaak toen door de platenindustrie gefnuikt werd. Na haar Immediate-platen ontmoette PP Arnold Bee Gee Barry Gibb, die voor haar een platendeal bij het destijds grote RSO Records regelde. Barry leverde PP de liedjes voor haar nieuwe plaat, die hij ook producete. Rond diezelfde periode was PP Arnold ook de openingsact voor de ‘Eric Clapton, Delaney, Bonnie & Friends’ tour; een band waaruit even later Derek & The Dominos voortvloeide. Eén en ander leidde ertoe dat ook Eric Clapton een aantal liedjes voor PP producete en inspeelde. Rita Coolidge en de rest van Derek & The Dominos zorgden mee voor de muzikale omlijsting. Ondanks deze muzikale droomcast zorgden platenfirma-perikelen er echter voor dat de plaat nooit afgewerkt en uitgebracht werd. De inmiddels bejaarde PP Arnold wilde echter koste wat het kost haar muzikale erfenis aan de wereld schenken, en zodoende zag ‘The turning tide’ in 2017 alsnog het levenslicht. Al die tijd moest de wereld het stellen zonder dit grootse warmbloedige country-soul meesterwerk, een echte lost classic. ‘The turning tide’ zou nu al lang een classic album geweest zijn indien het destijds gewoon was uitgebracht. En de wereld werd met PP Arnold een grote wereldster ontzegd. Archiefmateriaal of niet, regels zijn er om gebroken te worden, en dus is het niet meer dan terecht dat het oude nieuwe ‘The turning tide’ in de top 10 van mijn jaarlijst staat. Archiefplaat van het jaar.

 

6. Neil Young :: Hitchhiker

05.JPG

En terwijl ik nu toch bezig ben: ook dit archief-album van Neil hoort natuurlijk gewoon in de top 10 van elke zichzelf respecterende jaarlijst thuis. Natuurlijk kenden we de meeste songs al, want ze verschenen verspreid op latere platen. Maar nu pas werden de liederen uitgebracht zoals Neil en producer David Briggs ze 40 jaar geleden opgenomen hadden: in hun oorspronkelijke akoestische uitvoeringen en als één vloeiend, coherent geheel. ‘Hitchhiker’ onderstreept eens te meer dat Neil zijn creativiteit gedurende de hele jaren ‘70 geen grenzen kende. Elk album betekende een nieuw hoogtepunt en het is gewoon hemeltergend hallucinant en ronduit schandalig dat Reprise ‘Hitchhiker’ destijds niet wilde uitbrengen. Ook al archiefplaat van het jaar.

 

5. Ryan Adams :: Prisoner

10.JPG

Nee, zijn traditionele tweede plaats in mijn jaarlijst zat er deze keer niet in voor Ryan. Desalniettemin is ‘Prisoner’ een zoveelste akte van bekwaamheid in de foutloze, inmiddels indrukwekkende discografie van mijn leeftijdsgenoot. Ryan Adams heeft nu al drie platen lang een Bryan Adams-fixatie, want ‘Prisoner’ baadt opnieuw in die typisch galmende jaren ‘80 arena-rock en ook Bruce Springsteen ten tijde van ‘Tunnel of love’ is nooit veraf. Bryan Adams-plaat van het jaar!

 

4. The War On Drugs :: A Deeper Understanding

03.JPG

Record Store Day bracht dit jaar de teletijdmachine ‘Thinking of a place’ van The War On Drugs. De volle duur van dit godswonder viel mijn mond open van pure verwondering en bewondering. De laatste keer dat me dit overkwam, moet geleden zijn van 2002 toen Ayco voor het eerst ‘That’s how you sing amazing grace’ van Low draaide tijdens Duyster. Ik zou ‘Thinking of a place’ vervolgens nog 1001 keer horen in de loop van het jaar. Ik liet me namelijk middels deze single maar al te graag telkens weer terugvoeren naar de zomer van 2013 toen ik met mijn gezin genoot van een heerlijke vakantie langs de ruige Bretoense rotskust. ‘Thinking of a place’ is dan ook mijn favoriete lied van het jaar en bij uitbreiding van de 21ste eeuw. Vervolgens was het lang wachten op het nieuwe album van The War On Drugs. Veel te lang, want ‘A deeper understanding’ is een echte zomerplaat en verscheen pas begin september. Wàt een ongelooflijke stommiteit van platenlabel Atlantic. Zo hemeltergend mooi als op ‘Thinking of a place’ wordt het nergens op de plaat, maar smachtende liederen als ‘Holding on’, ‘Nothing to find’, ‘You don’t have to go’ en vooral de bloedmooie tweeling ‘Pain’ en ‘Strangest thing’ bevinden zich ook in diezelfde poel van een peilloos verlangen naar het mooiere, betere verleden. Nostalgie-plaat van het jaar!

 

3. Strand Of Oaks :: Hard Love

04.JPG

Eind februari beleefde ik twee onvergetelijke concert-ervaringen van jewelste. Er was eerst het concert van Israel Nash Gripka in het landgoed Roepaen. Gripka evoceerde daarbij het extatische gevoel van de wielrenner die een grote klassieker wint. Daags nadien bezorgde Strand Of Oaks me in de AB hetzelfde euforische gevoel van de wielrenner die Olympisch Goud behaalt. Het Greg Van Avermaet-gevoel, zeg maar. Het was met andere woorden een grootse, legendarische avond in de AB. Eentje voor in de geschiedenisboeken. Dit was ongeveer het dichtste dat je kon komen bij het gevoel dat mensen moeten ervaren hebben tijdens Deep Purple-shows ofzo in de vroege jaren '70. Gitarist Jason Anderson was de jonge Ritchie Blackmore van dienst en soleerde dat het een lieve lust was. En frontman Tim Showalter smeet zich, net als Ian Gillan destijds, vol overgave en zong zijn stem compleet aan flarden. Hulde ook aan de ritmesectie die zoveel emoties in het gareel hield. In ieder geval was "overgave" hét toverwoord van dit concert. Een concert zoals je ze maar eens in de zoveel tijd beleeft. Gedurende anderhalf uur dreef ik op een wolk door de gitaarhemel en genoot ik met volle teugen van de psychedelische gitaren, die nog eens ouderwets uitgebreid en groots mochten loeien in wereldsongs als de nieuwelingen 'Radio kids’, 'Everything' en de classics 'Goshen 97' en 'JM'. Vooràl dat afsluitende, sublieme 'JM'; wàt was me dat jongens en meisjes! Het leidde ertoe dat ik ‘Hard love’ graag, veel en luid beluisterde het voorbije jaar. Het gevolg is nu een welverdiende podiumplaats.

 

2. Jason Isbell & The 400 Unit :: The Nashville Sound

02.JPG

Lang getwijfeld of dit nu mijn nummer één van het jaar is of toch maar die andere plaat. Ik weet het eigenlijk nog steeds niet, maar goed; er moeten nu eenmaal keiharde, grote beslissingen genomen worden in het leven. En daarom verwijs ik Jason Isbell en zijn 400 vriendjes met pijn in het hart naar de meest ondankbare plaats in mijn jaarlijst. Jason Isbell scoort met zijn zesde plaat ‘The Nashville sound’ een loepzuivere hattrick, want de plaat is na doorbraak-plaat ‘Southeastern’ en plaat van de bevestiging ‘Something more than free’ Isbell zijn derde meesterwerk op rij. En dat voor een lompe boerenkinkel uit Alabama. Wie had ooit een cent durven geven voor de carrière van Isbell toen hij ruim tien jaar geleden uit de Drive-By Truckers geknikkerd werd? Jason ging in die periode door de alcohol-hel maar kwam er gelouterd uit en is nu zelfs een gevierde ster in zijn thuisland. Zijn drie voornoemde meesterwerken kwamen allemaal in de top 10 van de Billboard top 200 terecht. De Drive-By Truckers ploeteren ondertussen nog steeds voort in de marge waar Jason ze destijds achterliet. Jason heeft zijn leven op het juiste spoor gekregen, is gelukkig getrouwd met zangeres-liedjesschrijfster / violiste Amanda Shires en sinds 2 jaar de trotse vader van Mercy Rose. Maar er is ook de huidige stand van de wereld en die baart Jason zorgen voor de toekomst van zijn dochter. Zijn twijfels, onzekerheden en angsten drukte Jason uit in tien ontroerende country-rock- en americana-liederen, waarvan ‘If we were vampires’ slechts één van de tien hoogtepunten is, maar dat ik hier graag even speciaal uitlicht omdat het lied ook mijn grootste angst behandelt. Namelijk het besef dat je kleine, huiselijke geluk hoe dan ook eindig is. Mits veel geluk krijg je 40 jaar of meer om samen met je geliefde door te brengen. Maar op een dag valt de één of de andere hoe dan ook alleen. En dat dat allemaal bijzonder confronterend en triest is en zo. Ik zag Jason en zijn 399 vriendjes trouwens begin november live aan het werk in de AB. Echtgenote Amanda Shires was er niet bij, want moest thuis op de klein passen en het huishouden doen, terwijl manlief Jason zich avond na avond op het podium te pletter amuseerde met zijn goede vrienden. Zo ook in de AB, toevallig op die ongelukkige derde november toen muziekliefhebbers een keuze dienden te maken uit concerten van Kevin Morby, The War On Drugs, Dream Syndicate, Chuck Prophet en Jason Isbell & The 400 Unit. Voor mij was de keuze snel gemaakt en ik heb het me geen moment beklaagd, want Jason en zijn vrienden bezorgden me met hun wervelende concert een avond om nooit meer te vergeten. Americana-plaat van het jaar, en hopelijk verzilvert ‘The Nashville sound’ binnenkort zijn nominatie in die categorie van de Grammy awards.

De commentaren zijn gesloten.