• Print

    CD Top 10 van 2010 !

    Toen ik tijdens de maanden oktober en november bijna dagelijks naar concerten ging, stelde ik me na ieder concert luidop de vraag of ik niet beter een andere, rustigere hobby zou zoeken. Duivensport was telkens het enige alternatief dat ik kon bedenken. Waar is overigens de tijd dat je iedere zondagmiddag op Radio 1 de duivenberichten kon horen? Ik herinner me nog goed die Zondagmiddagen uit de grauwe jaren ’80 toen een erudiet man met strenge stem belangrijke berichten omriep als “Erwetegem: wachten, Denderwindeke: wachten”, terwijl mijn moeder het gebraad en de kroketten stond te bakken en mijn pa en ik geduldig aan tafel zaten te wachten. We hebben nogal wat afgewacht, toen in die grauwe jaren ’80. Op werk dat er niet was tenzij in de ambtenarij, op de atoombom die elk moment kon vallen, op het vertrek van de duiven en op het bradende gebraad en de kroketten. Na de duivensportberichten volgde overigens het fijne live radioprogramma “De Tijd Van Toen”, gepresenteerd door de immer sympathieke Jan Theys. Een live radioprogramma mét publiek én een orkest onder leiding van Al Van Dam. Iedere zondag was het weer wachten tot iemand uit het publiek zich niet zou kunnen bedwingen om die heerlijke classic “Du schwarzer Zigeuner” aan te vragen, hetgeen ook gegarandeerd iedere week gebeurde. “Du schwarzer Zigeuner” herinner ik me dan ook als de soundtrack bij mijn kindertijd. Ja, dat waren nog eens heerlijke tijden dankzij "De Tijd Van Toen, herinneringen aan leuke liedjes, melodietjes uit vervlogen tijd." Maar nu zijn we nu en ook nu worden er nog leuke liedjes en melodietjes gemaakt. Dat bewees ik met mijn CD top 50 van 2010 deze hele voorbije week. Heel wat leuke plaatjes hebben mijn top 50 dan nog niet eens gehaald, zoals het vrolijke plaatje “Marrow Of The Spirit” van het sympathieke bandje Agalloch, dat ik onlangs ergens schaamteloos illegaal downloadde. Verder vind ik het ook spijtig dat favoriete platen als ondere andere “National Ransom” van Elvis Costello (waarvan ik de Japanse versie met bonustrack cadeau kreeg van een goeie vriendin), “It’s Not As Bad As It Looks” van Jon Dee Graham & Fighting Cocks, “Wildwood” van Chatham County Line, “The Wild Hunt” van The Tallest Man On Earth, “Dead Flower Motel” van Chris Brecht & Dead Flowers, “Wheel Of Life” van Boris McCutcheon & The Salt Licks, “Hard Times” van Adam Carroll & Michael O’Connor, “Somewhere In Time” van Reckless Kelly, “The Open Road” van John Hiatt, “Sad Song Junkie” van Dan Baker en “When The Devil Goes Blind” van Charlie Parr mijn eindlijst net niet haalden. Die twee laatste platen arriveerden overigens net te laat om nog deftig te kunnen beoordelen. In ieder geval bied ik al mijn gekochte en gekregen platen die mijn top 50 niet haalden mijn welgemeende excuses aan. Vanuit het diepste van mijn hart: SORRY, beste artiesten. Jullie hebben me zo verblijd met jullie muziek en nu doe ik niets voor jullie terug. Zo’n ondankbaarheid. Ik ben écht wel een rotslecht mens. Overigens heb ik tijdens de zomermaanden zelfs genoten van “The Suburbs” van Arcade Fire en “High Violet” van The National. Die beide platen worden in de mainstream muziekmedia algemeen aanzien als de belangrijkste albums van 2010, en terecht. Toch haalden ze mijn top 50 niet, omdat die muziek niet echt mijn ding is. Ik erken zeker de kwaliteit van die beiden platen en ik besef zeker dat het dé platen zijn die 2010 gekleurd hebben. Zeker “The Suburbs” van Arcade Fire omwille van de behandelde thematiek. Maar net die thematiek - het leven van de gemiddelde thirtysomething van vandaag, die tot zijn grote verbijstering plots beseft dat hij nu net een even saai leven leidt in de voorstad als zijn ouders destijds - is meteen ook de zwakte van “The Suburbs”, omdat het daardoor geen tijdloze plaat is, maar typisch een plaat van nu. In 2020 en 2030 zal “The Suburbs” dan ook belange niet meer dezelfde impact hebben als nu. Ik denk dat eerder “High Violet” van The National wél de tand des tijds moeiteloos zal doorstaan. Maar genoeg randanimatie, tijd voor mijn Top 10 van 2010! En die is zoals ieder jaar oerconservatief, saai en voorspelbaar. Mijn oprechte excuses daarvoor. Nu hebt u een hele week geduldig zitten wachten voor zo’n saaie top 10 alweer. Ik ben dan ook een dodelijk saai, humorloos mens. Toch zijn dit mijn tien allerfavorietste platen van 2010; de platen die me het meeste genot, plezier en vertier bezorgd hebben. Tot slot wens ik u allen nog een Merry Crisis & een Crappy 2011!

    1. NEIL YOUNG :: LE NOISE

    01 Neil Young - Le Noise.jpg

     Het lijkt wel of iedere nieuwe plaat van noenkel Neil op nr.1 terechtkomt van mijn jaarlijstjes, maar dat is niet zo. “Fork In The Road” haalde vorig jaar nét de lijst op nr.50 en “Living With War” haalde in 2006 zelfs mijn jaarlijst niét. “Chrome Dreams II” en “Prairie Wind” zijn in deze eeuw de enige platen geweest van Neil die wél op nr. 1 stonden in mijn jaarlijsten van resp. 2007 en 2005. Platen die ik overigens nog steeds Groots vind, maar waarvan ik “objectief” gezien ook wel besef dat ze niet tot dé Klassieke Meesterwerken van noenkel Neil behoren. Met “Le Noise” ligt het anders. “Le Noise” vind ik ook Groots, maar behoort ontegensprekelijk wél in de indrukwekkende galerij monumentale Klassieke Meesterwerken van noenkel Neil. “Le Noise” is wat mij betreft een plaat die enerzijds herinnert aan de eenzaamheid die uitging van “Tonight’s The Night” en anderzijds een vervolg lijkt op “Freedom” uit 1989. Beluister wat dat laatste betreft “Peaceful Valley Boulevard” hieronder maar eens goed. Neil bericht hierop vanuit “Eldorado” (dé sleutelsong uit "Freedom"). Twintig jaar later blijkt “Eldorado” herschapen tot één grote puinhoop. De mensheid heeft niets geleerd uit het verleden en voert nog steeds oorlog. “Keep on rockin’ in the free world” zong Neil toen ook op "Freedom". Het blijkt allemaal een maat voor niets geweest, beseft hij nu in “Love & War“. Muziek heeft de wereld niet veranderd. Alleen het leven wat aangenamer gemaakt tussen 2 olieveldslagen in. Maar Neil biecht zelf ook zijn zonden uit het verleden op in “Hitchhiker”, zoals zijn jarenlange drugsgebruik en hoe de gevolgen daarvan zijn hoofd deden ontploffen enkele jaren geleden, toen een aneurysma hem bijna fataal werd en hij ternauwernood een hersenoperatie overleefde. En hij betuigt ook zijn spijt over zijn controversiële uitspraken die hij niet meer ongedaan kan maken. Toch staat Neil vandaag positiever dan ooit in het leven. Stel je voor! Zo’n 40 jaar na “The Loner” en “Albuquerque” zingt Neil een song als “Walk With Me”! Hij zal zich dan ook meer en meer bewust worden van zijn eigen sterfelijkheid. Uiteraard vanwege zijn eigen doodservaring na zijn aneurysma, maar ook omwille van het feit dat de laatste jaren veel van zijn oude vrienden gestorven zijn. Zo overleed Ben Keith nog vorige zomer. En zelfs producer Daniel Lanois vond bijna de dood in een motorongeval middenin de opnames van “Le Noise”. Vandaar wellicht dat Lanois dé sound vond die Neil ongetwijfeld voor ogen had voor “Le Noise”. Dankzij Lanois zijn eigen bijna-doodervaring klinkt “Le Noise” alsof Neil z’n songs vanuit de Twilight zone; het gebied tussen Leven & Dood, zingt en speelt. Dát, en nog véél meer, lieve bloglezertjes, maakt van “Le Noise” een Monumentaal Meesterwerk, waarvan ik zelfs niet dacht dat noenkel Neil het nog in zich had. Neil Young is God niet, nee, Neil Young is larger than God! En misschien is “Le Noise” wel zijn Ultieme Meesterwerk, maar zeker mijn Absolute Favoriete Album van 2010, dat Hemelshoog boven de rest uittorent. De plaat aankopen, bijvoorbeeld bij Blue Rose, is uw absolute Plicht!


    podcast

    2. Jamey Johnson :: The Guitar Song

    02 Jamey Johnson - The Guitar Song.jpg

    Ik zei het eerder deze week in het eerste deel van mijn top 50 al: outlaw country is vandaag net zo springlevend als in de jaren ‘60 en ‘70. Zonder “Le Noise” van Neil Young zou de nieuwe outlaw country held Jamey Johnson met zijn ambitieuze dubbelalbum “The Guitar Song” zelfs hét album van het jaar gemaakt hebben. “The Guitar Song” is pas het derde album van Johnson, maar met dit Monument hijst hij zich nu al in de Eregalerij der Legendarische Outlaw Country-helden en eigent hij zich een plaatsje toe tussen Waylon Jennings en Merle Haggard. “The Guitar Song” is dan ook een ambitieus album, bestaande uit 25 hoogkwalitatieve songs die over 2 platen verdeeld werden; een “black album” en een “white album”. De reden daarvoor ontgaat mij een beetje, maar één ding is zeker: met Jamey Johnson is eindelijk de opvolger van de betreurde Waylon Jennings opgestaan. Want laten we wel wezen: Shooter Jennings, zoon van Waylon, heeft tot dusver nog niet het niveau van zijn vader bereikt en ik vrees dat hij het nooit zal bereiken, tenzij hij ooit nog eens zijn “moment of clarity” beleeft. “The Guitar Song” biedt alles wat ouderwetse outlaw country zo onweerstaanbaar maakt en klinkt dus stoer, arrogant, onverzettelijk, maar dikwijls ook contemplatief en romantisch; dé kenmerken dus van de gemiddelde hedendaagse Belgische en Amerikaanse politicus! Vandaar wellicht dat Jamey Johnson het zo goed doet in thuisland USA en ook daar hoog gewaardeerd wordt in de eindejaarslijstjes. Hier op het oude continent krijgt Johnson alleen waardering bij de rootsliefhebbers. Wat dat betreft is hij ook de gelijke van zijn beruchte, illustere voorgangers: ook Waylon Jennings, Merle Haggard, George Jones, David Allen Coe, Guy Clark en zelfs Willie Nelson kregen hier ook nooit het succes en de erkenning die ze verdienden. “It might be lonely at the top / but It’s a bitch at the bottom”, zingt Johnson met zo’n typisch outlaw country stemtimbre in openingstrack “Lonely at the top”, dat misschien niet het allerbeste, maar wel hét openingsstatement van jewelste is op “The Guitar song”. Beluister het hieronder en koop het album bijvoorbeeld bij Blue Rose.


    podcast

    3. Robert Plant :: Band Of Joy

    03 Robert Plant - Band Of Joy.jpg

    Het siert Robert Plant dat hij, zoals zovelen vandaag, niet meer in het verleden leeft en liever dat verleden laat rusten. In plaats van te kiezen voor het Grote Geld, leeft hij in het nu, wat maakt dat Robert Plant anno 2010 de americana heeft omarmt. Hij weigerde 3 jaar geleden zodoende een lucratieve reünietournee met Led Zeppelin om samen met Alison Krauss de plaat “Raising Sand” concertgewijs te promoten. Een project dat hem zo goed bevallen was, dat hij zich sindsdien in het americanawereldje beweegt. En zo komt het dat Plant in 2010 samen met het kruin van de americanascene het machtige “Band Of Joy” opnam. Sterren van de plaat zijn naast Plant zelf, ongetwijfeld Patty Griffin en producer Buddy Miller die hier de meest fantastische gitaarriffs uit zijn mouwen schudt. Beluister hieronder maar eens mijn favoriete track van het album, de Low cover “Monkey”, dat zo mogelijk nog grootser en mysterieuzer klinkt dan het origineel en koop het album bij Blue Rose. “Band Of Joy” is Robert Plant zijn allerbeste soloplaat en niets minder dan een Monumentaal Meesterwerk.


    podcast

    4. John Mellencamp :: No Better Than This

    04 John Mellencamp - No Better Than This.jpg

    In tegenstelling tot zijn samenwerking met Ryan Bingham werkt de combinatie T-Bone Burnett - John Mellencamp wél voor de volle 100 procent. Twee jaar geleden resulteerde de chemie tussen beide heren al in het fenomenale “Life Love Death and Freedom” en het was tijdens die tournee dat deze opvolger al opgenomen werd. “No Better Than This” werd maar liefst op drie opmerkelijke, historische plaatsen opgenomen: de First African Baptish Church in Savannah, de roemruchte Sun Studios in Memphis en in Kamer 414 van het Gunter Hotel in San Antonio. In die hotelkamer nam Robert Johnson in 1936 namelijk “Stones In My Passway” op. Bovendien werd alles met oude, nee, antieke opname-apparatuur in mono opgenomen. In MONO, zeg ik u! En dat in een tijd waarin de mainstream weer gevaarlijk dicht de plastieken 80s sound benadert en alles zoals toen opnieuw zielloos en gevoelloos klinkt. Al dat gedoe leverde gelukkig ook een prachtplaat op. Een Milestone, zoals ze dat zo mooi in de USA zeggen. “No Better Than This” is niets minder dan Mellencamp z’n ultieme meesterwerk. Een plaat met 13 hoogtepunten en dus "alle 13 goed". Dus kies ik hieronder maar voor “No One Cares About Me”, waarin duidelijk hoorbaar de geest van wijlen Johnny Cash rondwaart. Het is dan ook één van de nummers die opgenomen werden in de Sun Studios. De plaat is verkrijgbaar bij Blue Rose.


    podcast

    5. Matt Harlan :: Tips & Compliments

    05 Matt Harlan - Tips & Compliments.jpg

    Ah, Matt Harlan. Goeie herinneringen heb ik aan die kerel en inmiddels is het ook een feestboekvriend geworden. En Matt is ook dé sympathiekste muzikant die ik ooit heb ontmoet. Voor en na zijn concert in Toogenblik (lees hier mijn verslag) praatten we al als oude viswijven tegen mekaar en een paar dagen later op het Roepaenfestival (lees hier mijn verslag) leek het wel alsof we de beste vrienden waren, die mekaar al jaren door en door kenden. Met Matt Harlan kreeg ik er in 2010 in ieder geval een goeie vriend bij. Maar het is heus niet daarom dat zijn debuutplaat “Tips & Compliments” zo hoog geëindigd is in mijn top 50. Eigenlijk staat de plaat zelfs nog vrij laag, want na de release begin dit jaar brulde ik op het Goddeauforum alweer “Plaat van het jaar!” Dat is het dus net niet geworden, maar “Tips & Compliments” verdient in ieder geval het predikaat “On the road-plaat van het jaar”. Prachtige, uit het leven gegrepen songs schrijft Harlan. Beluister hieronder openingstrack “Elizabethtown” maar eens en schaf vervolgens de plaat meteen aan bij Lucky Dice.


    podcast

    6. Otis Gibbs :: Joe Hill’s Ashes

    06 Otis Gibbs - Joe Hill's Ashes.jpg

    Otis Gibbs vertelt het steevast tijdens ieder optreden: die anekdote dat hij ooit in Duitsland aangesproken werd door een TV-cameraploeg, die op zoek was naar een dakloze zwerver en er eentje dacht gevonden te hebben in de persoon van Gibbs. Heerlijke storyteller, Otis Gibbs, zowel op zijn platen als op het podium, zoals mocht blijken tijdens zijn beide optredens op het Roepaenfestival in oktober (hierheen voor mijn verslag). En dan schrijft hij ook nog eens songs die klinken alsof ze er altijd al geweest zijn, getuige het hieronder beluisterbare “Where Only The Graves Are Real” uit zijn nieuwe en beste plaat tot nog toe, die uiteraard verkrijgbaar is via het onvolprezen Lucky Dice. Sociaal bewogen songs, bovendien, wat Gibbs zo’n beetje de Woody Guthrie van deze tijd maakt. De binnenkant van mijn exemplaar signeerde hji overigens met de woorden: “Thanks for giving a damn!” Heerlijke, authentieke kerel.


    podcast

    7. Mary Gauthier :: The Foundling

    07 Mary Gauthier - The Foundling.jpg

    Vorig jaar bezetten de vrouwen de eerste 5 plaatsen van mijn top 50, maar dit jaar behaalde slechts één vrouw mijn top 10. Gauthier tekende daarnaast ook voor het beste vrouwelijke concert dat ik dit jaar zag. Ik schreef er dit verslag over en noenkel Yvo had net voor dat concert een fijn interview met haar dat u hier kunt lezen. Mary Gauthier maakte met het autobiografische “The Foundling” dan ook het meest aangrijpende album van het jaar, waarop ze in 13 songs haar levensverhaal als geadopteerd weeskind schetst. Een tragisch verhaal, waarin thema’s als identiteit, eenzaamheid, verlatingsangst en overleven aan bod komen. Maar je krijgt het pas helemaal koud van het beklemmende “March 11, 1962” (Gauthiers geboortedatum, niet veel later dumpte haar moeder haar in een weeshuis), waarin Gauthier het verhaal doet over haar allereerste telefoongesprek met haar biologische moeder enkele jaren geleden. Haar moeder weigerde echter een gesprek met haar, maar zei bot- en koudweg dat Mary destijds een vergissing was geweest. Luister en huiver hieronder van "March 11, 1962" en koop vervolgens deze strafste madammenplaat van het jaar bij Lucky Dice.


    podcast

    8. Johnny Cash :: American VI: Ain’t No Grave

    08 Johnny Cash - American VI Ain't No Grave.jpg

    Het klikte eerlijk gezegd niet meteen tussen mij en dit laatste deel in de American Recordings-reeks van Johnny Cash. Maar net zoals met het vorige deel “A Hundred Highways” putte ik dit jaar in mijn moeilijkste en donkerste momenten ook moed uit “Ain’t No Grave” en dus werd “Ain‘t No Grave“ uiteindelijk de meest beluisterde cd van 2010 te Roen‘s Ranch. De dood uitdagen tot op zijn sterfbed; de titelsong van dit laatste deel was Johnny Cash ten voeten uit. Maar de beste song hierop is wellicht Cash z’n versie van het Sheryl Crow-origineel “Redemption Song”. Het is in ieder geval mijn favoriete song van de plaat en kan je daarom hieronder beluisteren. De plaat heb je natuurlijk al lang gekocht bij Blue Rose.


    podcast

    9. Justin Townes Earle :: Harlem River Blues

    09 Justin Townes Earle - Harlem River Blues.jpg

    Ik weet het; ik ben een stommekloot. Dan krijg je al eens een promo exemplaar van een cd om te recenseren voor Rootstime; koop ik me daarna ook nog eens het album op vinyl. “Harlem River Blues” verdient het dan ook om op vinyl gekocht én gehoord te worden: de plaat krijgt alvast de award voor hoes van het jaar en gelukkig is ook de muziek steengoed. Justin Townes Earle schreef met “Harlem River Blues” dé ultieme New Depression plaat; maw dé plaat die deze tijd van economische en financiële crisis perfect weet te vatten. Of zoals ik het zelf schreef in mijn recensie voor Rootstime: “Het album start met de titelsong; een schijnbaar opgewekte gospel, maar niets is minder waar: de protagonist vlucht wég van zijn almaar toenemende problemen. Zijn vrouw, kinderen én de kat hebben hem al lang verlaten nadat hij zijn job was kwijtgespeeld, zijn woning inclusief inboedel heeft hij voor een habbekrats moeten verkopen en nu willen de deurwaarders hem ook nog de kleren van het lijf rukken. En wat doet een man die de wanhoop al lang voorbij is? Precies, in zo’n geval is zelfmoord de enige uitweg die rest. Lachend rent hij zijn dood tegemoet: “Lord, I’m going uptown / To the Harlem river to drown / Dirty water gonna cover me over / I’m not gonna make a sound”, klinkt het zelfverzekerd in het refrein. Hoe het zo ver is kunnen komen, vertelt Justin Townes Earle in de negen volgende songs, waardoor het album wel een uitgeschreven scenario lijkt voor een uitstekende tragedie.” Die aanstekelijke titeltrack kan je hieronder beluisteren en het album is uiteraard verkrijgbaar bij Blue Rose.


    podcast

    10. Dylan LeBlanc :: Paupers Field

    10 Dylan LeBlanc - Paupers Field.jpg

    Samen met Matt Harlan is de twintigjarige Dylan LeBlanc wat mij betreft dé revelatie van het jaar en “Paupers Field” vind ik dus het tweede beste debuut van het jaar. Niet moeilijk eigenlijk, want LeBlanc kreeg muziek met de paplepel ingegoten dankzij zijn pa James LeBlanc die sinds 1997 sessiemuzikant is in de Muscle Shoals studio’s. LeBlanc lijkt ook wat op de jonge Neil Young en “Paupers Field” baadt zelfs in dezelfde sfeer als “Harvest”. Sterker nog: ik vind het soulvolle “Paupers Field” de “Harvest” van deze tijd. Daarnaast kreeg ik tijdens de eerste beluistering van de plaat ook hetzelfde gevoel als destijds bij “Trouble”, het debuut van Ray LaMontagne. Toeval of niet, maar LeBlanc schreef met het goddelijke “The Creek Don’t Rise” zonder het te beseffen het titelnummer dat LaMontagne stomweg vergat te schrijven voor zijn laatste gelijknamige plaat en precies daarom staat LeBlanc op 10 van mijn top 50 en LaMontagne op 11. Beluister dat wondermooie “The Creek Don’t Rise”, een duet met niemand minder dan Emmylou Harris overigens, hieronder en koop dat schitterende album bij Blue Rose.


    podcast