• Print

    Fab 50 van 2006 op Radio 1

    eva cassidy - songbird“Welke vrouwen zijn de belangrijkste in de muziekgeschiedenis?”, vroegen ze zich bij Radio 1 af. De voorbije weken konden de radio 1-luisteraars, of juister gezegd: de bezoekers van de radio 1 website stemmen op hun favoriete muzikale vrouwen. Het resultaat hoorden we gisteren in de ‘Fab 50’. Geweldig concept overigens, die ‘Fab 50’. In de vorige edities kwamen al de beste albums en de beste songs aan bod; dit jaar was het dus de beurt aan de belangrijkste vrouwen in de muziekgeschiedenis. Op die manier krijg je tenminste niet meteen een voorspelbaar lijstje voorgeschoteld; ook al was er dan een longlist van 250 namen waarop je kon stemmen. Met zo’n éénmalige lijst kan het immers alle kanten uit. Zeker, het wàs natuurlijk te voorspellen dat typische Radio 1 artiesten als Eva De Roovere en Axelle Red de lijst zouden halen, maar rond welke positie?

     

    Ach ja, totaal irrelevant natuurlijk, zo’n lijstjes, maar muzieklijstjes, ze maken ons zo zot mijnheer. En ieder jaar zitten we toch maar mooi allemaal mee te stemmen, of het nu voor ‘de Tijdloze’ of ‘de Album 100’ van stubru is, of voor ‘de Gouden 200’ van Radio 2, of ‘de Donna top 2000’, of die andere lijst van Radio 1 met de ‘100 beste Belgen’. En achteraf zit iedereen die luisterde er toch over te zagen: Jamaar, dié ontbrak, en wat staat dié in die lijst te doen, en dié staat veel te laag of te hoog, en dié had beter op nummer 32 gestaan ipv op nummer 47, enz…

     

    Over deze editie van de ‘Fab 50’ zou ik ook een serieus boompje kunnen opzetten, maar ik ga dat niet doen. Ik ga het hier alleen hebben over mijn aller favorietste muzikale vrouw die de lijst jammer genoeg niét haalde (ik weet zelfs niet meer of ze in de longlist stond); het engelachtige Godswonder Eva Cassidy. Jammer genoeg veel te vroeg gestorven in 1996 op 33-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker. Maar dat kwam ik pas veel later te weten, want tot voor 2001 had ik nog nooit gehoord van Eva Cassidy. Er was zelfs een collectief ontslag voor nodig om haar te leren kennen.

     

    We schrijven september 2000: ik voelde me on top of the world. Alles ging me voor de wind: ik had een bliksemcarrière gemaakt in de bank waar ik toen werkte; ik leidde er verschillende projecten, waarvoor ik dikwijls nieuwe mensen mocht opleiden; ik was met andere woorden zo’n beetje m’n eigen baas binnen de dienst waar ik werkte en ik leefde er zowat op een eiland. Maar helaas: het ging niet goed met die bank. Ik had er al eens een collectief ontslag overleefd in de zomer van 1998, maar in september 2000 diende er een overnemer gevonden te worden. Sociale onrust alom. Iedereen liep er de volgende weken en maanden op de toppen van z’n tenen. Niemand was nog te vertrouwen. Zelf niet dié collega’s waarvan je dacht dat het ook vrienden waren. De realiteit is: op het werk héb je geen vrienden. In tijden van sociale onrust denkt ieder aan z’n eigen vel. Probeert ieder op zijn manier zijn eigen hachje te redden. Mijn rechtstreekse bazen verzekerden me: “Jij mag, nee jij MOET absoluut blijven Roen; als jij gaat, verdwijnt er een hele hoop kennis; jij bent onvervangbaar en blablabla…” Jaja, totdat er een overnemer gevonden werd in de gedaante van de Franse schurken CMN. Die eisten dat er een strikt minimum aan personeel overgehouden werd. Eigelijk kwam het er op neer dat ze zowat enkel het kaderpersoneel wilden behouden. En zover was ik jammer genoeg nog nét niet geraakt op de hiërarchische ladder. Enkele jaartjes te vroeg, verdomme. Resultaat: eind maart 2001 moesten ik en nog 150 van de 180 werknemers vertrekken. Gelukkig mét een fikse ontslagvergoeding; dat wel. Toch belandde ik in een ongelooflijk zwart gat. Alles wat ik in die 5 jaar had opgebouwd bij die bank was met één pennentrek vernietigd. Ik voelde me compleet leeg. Ik had dan ook gedurende 5 jaar mijn hele ziel en zaligheid in m’n werk gestoken. Ik hield zowaar van mijn werk! En plots, van de ene dag op de andere, was ik alles kwijt. Ik bleef evenwel niet bij de pakken zitten, en één maand later op 2 mei 2001 mocht ik al beginnen bij KBC, waar men echter geen rekening hield met m’n ervaringen bij m’n vorige werkgever en ik diende dus letterlijk van nul te herbeginnen.

     

    Toch was april 2001 een zwarte maand geweest in mijn leven: de 6 maanden daarvoor in constante stress en spanningen geleefd op het werk, mét de illusie dat ik wel zou mogen blijven, en dan uiteindelijk toch ook bij het grof vuil gezet. Geen wonder dat ik me compleet leeg voelde. Ik had en vond nergens nog plezier in. Zelfs muziek kon me die eerste weken na m’n ontslag geen ene reet interesseren. Ik ging nog wel wekelijks de nieuwste releases kopen, maar die cd’s bleven onbeluisterd. Totdat de toenmalige uitbater Didier van wijlen Doctor Vinyl Halle me op een grauwe dinsdagmiddag me iets totaal nieuw liet horen. “Dit moet je écht eens horen, Roen” (maar dan op z’n Hals dialect: “Eej moedje nekié noe luistere zie Roen”), zei Didier. Wat ik hoorde was een openbaring: de mooiste, engelachtige vrouwenstem die ik ooit gehoord had! “Miljaar, wie is dát, Didier?”, vroeg ik nog. Ik kreeg de jewel case in m’n handen en het bleek om ene Eva Cassidy te gaan. ‘Songbird’ was de titel van de cd, en Didier had het gelijknamige nummer laten horen. Ik heb die héle cd toen in de winkel beluisterd. Zonder nog een woord te zeggen. Ik was letterlijk aan de grond genageld. Die plaat was op dat moment het Allermooiste wat ik ooit gehoord had. En bovenal die Stém… godallemachtig die wonderbaarlijke, verrukkelijke, Goddelijke Stem! Ik was in de jaren daarvoor helemaal weg van Sarah McLachlan, maar Eva Cassidy werd m’n nieuwe Oppergodin, en dat is ze tot op heden nog steeds.

     

    Ik vroeg Didier of hij nog cd’s had staan van Eva Cassidy, en hij had toevallig net haar hele catalogus nieuw aangekocht voor de winkel. Dat waren op dat moment 5 cd’s: ‘Songbird’ dus, en ook ‘Eva by heart’, ‘The other side’ (met pianist Chuck Brown), ‘Live at Blues Alley’ en ‘Time after time’. Ik kocht ze meteen alle 5, en thuis ging ik ze meteen allemaal na mekaar beluisteren. Ik was immers ontzettend benieuwd naar de rest van het oeuvre van deze Grote Dame. Cd na cd ontroerde en beroerde Eva Cassidy me met haar ontzettend gevoelige, trefzekere frasering en bezielde uitvoering van de songs. Haar lieve stem straalde vertrouwen uit en gaf me troost. Ik had wéken aan een stuk geen noot muziek meer gehoord; zelfs de radio had niet meer opgestaan. Maar toen ik die cd’s van Eva Cassidy hoorde, was dat op dat moment de énige muziek die ik wilde horen; ik had geen enkele andere cd nodig in de weken daarna. Dankzij Eva Cassidy leerde ik dus opnieuw genieten van muziek. Zij deed me beseffen dat er wel degelijk zoiets bestaat als “essentiële muziek”; muziek die écht je leven kan veranderen.

     

    Ik was dan ook razend benieuwd naar deze dame; ik wilde er alles over weten, en voordien las ik de liner notes in cd-boekjes wel eens bij gelegenheid, maar de uitgebreide liner notes bij deze cd’s moést ik meteen lezen. Ik raakte er alleen maar méér ontroerd door: bij het lezen daarvan raakte Eva Cassidy me niet alleen als zangeres, maar ook als mens. Ze bleek immers al overleden te zijn. Gestorven in 1996 op 33-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker. Ze leidde een rustig leven op het platteland en ze was meer geïnteresseerd in schilderen dan in musiceren en zingen. Ze geloofde niet echt in zichzelf als muzikale artieste; ze nam zichzelf als zangeres totaal niet aux serieux. Onterecht natuurlijk, maar daardoor kwam het ook dat ze officieel slechts één studioalbum uitbracht: ‘Eva by heart’. Gelukkig maar, dat men haar toch kon overhalen om songs voor dat ene album op te nemen. In ieder geval: dankzij Eva Cassidy raakte ik uit een diep dal in april 2001, en ik zal ze dan ook voor altijd een warm hart blijven toedragen. Ik zal zelfs meer zeggen: voor mijn kist definitief de oven inrolt, moeten ze ‘Songbird’ draaien. Voor mij zullen er weinigen een traan laten op dat moment (ik ben tenslotte al m’n hele leven een doorslechte klootzak geweest), maar niemand zal op dat moment onberoerd blijven bij het horen van ‘Songbird’.

     

    Nadien vernam ik dat Eva Cassidy toen in 2001 opdook omdat men het nummer ‘Songbird’ in de UK voor, ik dacht, een reclamespot had gebruikt. Het resultaat was dat het gelijknamige album wekenlang de album top 40 in de UK aanvoerde, en dat alle materiaal dat op dat moment beschikbaar was (op)nieuw op de markt gegooid werd. Vanwege het succes van die albums schraapte men in de jaren nadien de allerlaatste restjes uit de archieven, waardoor nog de “nieuwe” albums ‘Imagine’ en ‘American tune’ verschenen. Het allerlaatste waar ik weet van heb, is dat men in 2004 nog de compleet overbodige compilatie ‘Wonderful world’ heeft uitgebracht, maar nadien niks meer denk ik (en ik ben nu even te lui om het op te zoeken). Jammer natuurlijk, want éénmaal betoverd door het Godswonder Eva Cassidy wil je alleen maar méér. Toch ben ik blij met de weinige Godsgeschenken die dit Godenkind ons naliet. Ze waren dan ook het levensnoodzakelijke medicijn die ik in één van de zwartste periodes van m’n leven nodig had. 

     

    God bless Eva Cassidy, mijn Enige en Eeuwige Nummer Eén in de vrouwen Fab 50…